Boeken





6 oktober 2011:

Hoe gelukkig is de
consument in 2015?

In Heusden-Vesting zocht een honderdtal experts vorige week naar een antwoord op de vraag, hoe de financiële sector het beste kan worden vernieuwd. Kees Kooman, schrijver van o.a. De woekerpolisaffaire, mocht van organisatoren Ivo Valkenburg en Willem Vreeswijk meeluisteren.

Dat er iets grondig mis is met financiële markten en navenante dienstverlening is een understatement waarmee grappenmakers anno 2011 gemakkelijk de lachers op hun hand kunnen krijgen. Maar hoe het dan wel precies anders kan of moet, vergt utopische strapatsen en de gave van zieners. Ivo Valkenburg (Spirit in Finance) en Willem Vreeswijk (VVP Weekblad) zochten naar antwoorden met de organisatie van de eerste New Financial Day. Zij kregen daarbij op een zomerse herfstdag.de medewerking van inwoners en ondernemers uit Heusden-Vesting .
Mede dankzij de klimatologische meevaller was de sfeer optimaal. Maar hoe zal het zijn met de geluksstaat van de klant van 2015? Het was een van de retorische vragen die voortkwam uit praatsessies, geleid door zestien verschillende gespreksleiders. Die hadden stuk voor stuk hun sporen verdiend in de vrij abstracte wereld van het grote geld. Ze heetten op deze bijzondere dag ‘ambassadeur’. Onderwerpen als ‘Nooit meer woekeren!’ en ‘De nieuwe verzekeringswereld’ werden niet geschuwd. Hoe mooi verzekeren en beleggen kan zijn, hoe ziet de pensioenadviseur van de toekomst eruit en hoe krijgen we optimaal verbinding tussen verzekeraar en klant? Het was een originele gedachte van de organisatie om dergelijk grote vragen te stellen in kleine vertrekken zoals huiskamers van diezelfde klanten.

‘Ik had hier bij mijn plaatsgenoten in Heusden’, vertelde Ivo Valkenburg bij de ontvangst in de Catharijnekerk, ‘aangebeld met de vraag of zij misschien hun deuren wilden openen voor mensen die willen meewerken aan een vernieuwing van de financiële sector.’ De respons was, zo zei hij, even overweldigend als ontroerend. Een mooi moment voor de organist een compositie in te zetten die (aldus Valkenburg) vanwege het tumultueuze verloop zomaar kon slaan op de kredietcrisis. Alleen dateerde het muziekstuk uit de zeventiende eeuw.
Zijn de mensen sedertdien erg veranderd? Tja, de hebzucht is van alle tijden. Maar het vertrouwen van de consument in de financiële sector zal waarschijnlijk zelden zo minimaal zijn geweest als anno 2011. Het was dan ook onvermijdelijke dat het woord om de haverklap viel: vertrouwen. En nog eens vertrouwen. Ruim honderd vertegenwoordigers uit de wereld van bankieren, verzekeren, beleggen en adviseren bogen zich op zestien verschillende plekken over het hoofdthema: hoe komt de consument weer centraal te staan? Hoe wordt het vertrouwen hersteld? Dan wel graag op een manier waarop hij of zij dat ook zelf zo ervaart.

Dit was de afspraak: iedereen kon vrijuit praten zonder aanziens des persoons. Maar het maakte wel enigszins uit, of het decor bestond uit museum, kunstgalerie, slijterij of de knusse huiskamer van een consument. Hoe kan het toch dat die consument zonder morren de enorme winstmarges accepteert van gerenommeerde merken als Apple en Starbucks? En intussen nog steeds denkt dat een financieel advies gratis is, of in elk geval erg goedkoop? De meeste aanwezigen waren het erover eens dat het ‘heel lang heel gemakkelijk’ is geweest als financieel dienstverlener een dik belegde boterham te verdienen. De toegevoegde waarde van een integer advies moet uit kwaliteit bestaan. ‘Daar zit de crux’. En weg met de collega’s die nog de term ‘uitmelken’ gebruiken, wanneer ze spreken over hun klanten.

Het programma van de eerste New Financial Day viel samen met de aftrap van New Financial Magazine, blad over geld & dienstverlening. Hoofdredacteur Willem Vreeswijk schrijft in zijn voorwoord over een ‘mooie spiegel’ die de inwoners van Heusden-Vesting hun gasten konden voorhouden. ‘Wij spreken overtuigend en vol goede bedoelingen over het centraal zetten van klantbelang, terugwinnen van vertrouwen, verbeteren van reputatie. We roepen vaak tegen elkaar dat we beter naar de klanten moeten luisteren, beter onze producten afstemmen op de behoeftes. En laten die klanten nu op eenvoudige wijze tonen hoe we dat moeten doen. Sta open, heb vertrouwen, wees gastvrij en luister oprecht.’
In een van de verhalen uit het eerste nummer noemt good old professor Arnold Heertje de crisis ‘een zegen’, omdat het een totaal nieuwe aanpak vereist. Hij maakt van de gelegenheid gebruik de nieuwe president van de Nederlandse Bank, Klaas Knot, te bekritiseren en zijn onafhankelijkheid te betwijfelen. Maar het moet volgens hem vooral duidelijk zijn dat alle groeiscenario’s ‘de kast in kunnen.’ We krijgen te maken met krimp. ‘Ondernemers moeten zich de vraag stellen waarvoor ze ‘het’ doen, waar hun klanten behoefte aan hebben.’

En zo zijn we weer terug op een van de intieme praatplekken in Heusden en moet de dienstverlener die zegt dat ‘tachtig procent van mijn klanten niet zit te wachten op deze discussie’ met klem worden tegengesproken. Raar is het daarentegen eigenlijk dat zo minimaal rechtstreeks met klanten wordt gecommuniceerd. Niet alleen met betrekking tot de woekerpolissen, maar ook over de succesverhalen. Je moet wel blind zijn om niet te constateren dat die consument in recordvaart mondiger is geworden, mede door toedoen van programma’s als Radar en Kassa!
‘We moeten het vertrouwen herwinnen door eerst goed te luisteren en dan de producten te ontwikkelen.’ Alsjeblieft intussen ook weer de passie voor je vak proberen terug te winnen en je op verjaardagsfeesten niet snel verstoppen achter het grootste bankstel bij de vraag wat je doet voor de kost.

Grenzeloos optimisme lag op deze zonovergoten herfstdag soms op de loer, maar het gezonde verstand won het uiteindelijk gemakkelijk. ‘Wakker worden! Tijd om het kussen op te schudden in de relatie klant, adviseur en projectaanbieder.’ Zo luidde het thema, waarbij Bertjan Tiesinga van New Flame gespreksleider (in de plaatselijke slijterij!) mocht zijn. De financiële wereld gaat veranderen. Misschien kun je stellen dat het gezelschap, rondgeleid door Ivo Valkenburg en Willem Vreeswijk vooral bestond uit pioniers.
Maar: ‘Dit initiatief moet ergens toe leiden’, zo luidde een van de slotconclusies. Was het niet illustratief dat het woord ‘geld’ vandaag nauwelijks was gevallen, daarentegen wel ‘hart’? Inderdaad met een ‘t’. Er is dus voldoende hoop voor de klant van 2015.

Zie ook www.newfinancialforum.nl


’De Woekerpolisaffaire’



Hoe miljoenen Nederlanders in de val zijn gelokt, en hoe ze de schade kunnen beperken.



De Woekerpolisaffaire, voorkant De Woekerpolisaffaire, achterkant

Samenvatting
De kans dat u ooit een woekerpolis heeft afgesloten, is enorm: 5 miljoen Nederlandse huishoudens hebben er een of meer. U dacht er uw financiële toekomst mee verzekerd te hebben, maar u heeft een bom onder uw financiële toekomst gelegd. Professor Arnoud Boot schat de schade voor de consument van deze ‘diefstal’ door verzekeraars en banken op minstens 20 miljard euro, maar misschien is het zevenvoudige bedrag realistischer.

De grootste verzekeraars hebben recent schikkingen getroffen om hun klanten te compenseren voor de geleden schade; de kans dat u redelijk gecompenseerd zal worden is echter kleiner dan 1 procent. De verzekeraars lijken inmiddels weer overgegaan tot de orde van de dag: zo veel mogelijk geld verdienen aan uw onzekerheid.

Verbijsterende reconstructie van een van de grootste financiële drama’s ooit, waarin hebzucht de hoofdrol speelt. Mét praktische tips!

Schrijver/journalist Kees Kooman, die onder andere diverse biografieën op zijn naam heeft staan, is ervaringsdeskundige. Hij sprak talloze betrokkenen uit bank- en verzekeringswezen, tussenpersonen, klokkenluiders, hoogleraren, advocaten, politici en lotgenoten. Hij schetst in dit boek een onthutsend beeld van Het Grote Graaien.

Daarnaast biedt De Woekerpolisaffaire praktische tips en adviezen voor de consument die door de bomen het bos niet meer ziet.

Gegevens
ISBN: 978 90 468 0729 3.
NUR: 781.
Aantal pagina’s: 256.
Afmetingen: 13,5 x 21 cm.



10 vrijpostige vragen
aan Kees Kooman



De in Ee en omstreken bekende onderzoeksjournalist Kees Kooman bracht als eerste de woekerpolisaffaire in beeld met zijn gelijknamige boek. Het was voor collega Ytsje de Vries aanleiding hem tien vrijpostige vragen te stellen namens de veelgelezen en razend populaire website van Us Fryslan.

Om met de deur in huis te vallen: waar haalt u het lef vandaan om als voormalig sportjournalist boeken te schrijven over economische schandalen, zoals u deed met De woekerpolisaffaire?
‘Al vanaf midden de tachtiger jaren van de vorige eeuw hield ik mij voornamelijk bezig met achtergrondverhalen. Daarvoor verrichtte ik veel research. Ik schreef een aantal biografieën zoals die van viervoudig olympisch kampioene Fanny Blankers-Koen en judolegende Anton Geesink. In 2004 ontdekte ik de woekerpraktijken van mijn eigen verzekeraar en probeerde die (tevergeefs) voor de rechter te slepen. Combineer ervaringsdeskundigheid met mijn hang naar achtergrondinformatie en natuurlijk de ongelooflijke hoeveelheid van miljoenen woekerpolissen die in omloop zijn en de sprong naar deze vorm van onderzoeksjournalistiek is gemaakt.’
Wat denkt u: wordt u serieus genomen door vakbroeders- en zusters uit deze economische branche?
‘Dat zou wel moeten, als ze mijn boek destijds goed hebben gelezen. Schandelijke praktijken, eigenlijk aangemoedigd door de AFM (zoals halve onderzoeken), gesjoemel met sterftetafels, aan de hand waarvan premies voor overlijdensrisicoverzekeringen kunstmatig konden worden opgeschroefd, handjeklap met de stichtingen die zogenaamd opkwamen voor de consument. Kortom, ik opende de deksel van wat een ongelooflijk beerput bleek te zijn. Ik toon aan dat de schade in vele miljarden euro’s beloopt. Kortom, hier is sprake van het grootste financiële schandaal uit de Nederlandse geschiedenis. Maar ik denk dat ik bij een volgend boek gebruik zal maken van marketingdeskundigen om beter gehoord te worden. Ik beloof u een slagveld.’
U klinkt teleurgesteld, of misschien zelfs wel gefrustreerd.
‘Laat ik zeggen dat ik not amused was stellingen uit mijn boek een half jaar later terug te zien bij consumentenprogramma’s die zich op de woekerpolisaffaire hebben gestort, alsof het een voetbalderby betreft. Kassa! en Radar proberen elkaar nu vliegen af te vangen, komen met halfzachte oplossingen die geen oplossingen zijn. Daar word ik wel een beetje misselijk van, eerlijk gezegd. Maar dat is de kern van de journalistiek. Of het nu sport is, politiek of een consumentenprogramma betreft: iedereen vindt zichzelf de slimste en de beste. Er wordt een oorlog uitgevochten, en zoals dat nu eenmaal gaat bij oorlogen: iedereen is een verzetsheld.’
Beschouwt u zichzelf als een verzetsheld?
‘In de allerlaatste plaats. Ik ben nogal bang aangelegd. Iedere keer wanneer ik in een vliegtuig stap, verbaas ik mij over het gemak waarmee medereizigers zich blijkbaar toevertrouwen aan het vermeende vakmanschap van de bemanning. Bij iedere vorm van turbulentie zie ik de vleugels gevaarlijk buigen, in de ogen van de stewardessen meen ik doodsangst te bespeuren. Ik ben ook bang voor loslopend honden. Maar het meeste vrees ik de loslopende mens, vooral als die het voorzien heeft op mijn portemonnee, zoals geldt voor banken en verzekeraars. Ga hierbij nooit af op het uiterlijk. Echte oplichters zien er altijd vertrouwenwekkend uit en ze dragen heel vaak een driedelig kostuum.’
Wat is uw grootste ergernis in het algemeen?
‘Uitzendingen van het schansspringen op Eurosport. Dag en nacht, zomer en winter en andere jaargetijden. Je ziet heel duidelijk aan de beoefenaars dat zij geen tijd hebben om te eten of te slapen. Het lijken zonder uitzondering anorexiepatiënten. Hier is sprake van schandelijke uitbuiting en natuurlijk ook roofbouw. Maar belangrijker voor mij als kijker: saaiere sporten zijn niet denkbaar, alhoewel schaatsen hier in mijn optiek een sterke concurrent is evenals wielrennen trouwens en het meeste voetbal, zeker de praatprogramma’s hieraan besteed. Toppunt van prietpraat..’
Wat vindt u van het plan van meneer Wilders om zogeheten tuigdorpen in te richten voor onaangepaste burgers?
‘Een zeer goed idee. Dan kunnen we tegelijkertijd voorbereidingen treffen om andere lastige burgers, zoals bijvoorbeeld Wilders, op te bergen achter door hoge schuttingen onzichtbare gebouwen. Zij kunnen daar als het ware een eigen staat inrichten, maar mogen met hun gedachtegoed uiteraard niet ‘buiten’ komen. Hetzelfde geldt voor het andere tuig. Ook kunnen we hierbij denken aan een dorp, of ik vrees dat het een stad moet zijn, voor alle tv-persoonlijkheden. Zij mogen van mij wel regelmatig excursies maken naar de P.C. Hooftstraat. Nu we toch bezig zijn: ik pleit ook voor een aparte vesting voor kijkers van het populaire datingprogramma ‘Boer zoekt Hoer’. Opgeruimd staat netjes. Nog een groot voordeel: het wordt lekker rustig op de grote weg.’
Gaat u straks ook 130 kilometer per uur rijden?
‘Ik zou eerder wensen dat treinen die snelheid konden halen in Nederland. Zoals u weet woon ik in het pittoreske dorpje Ee. Toen wij hier onze toevlucht zochten, was er nog sprake van plannen voor een snelle verbinding met het wilde Westen, de Zuiderzeelijn genaamd. U weet hoe het daarmee is afgelopen. In de boemels die nu het achtergebleven Noorden verbinden met de buitenwereld waan ik mij vaak in de ouderwetse Postkoets. Het comfort is ernaar. Ja: heel goed dat automobilisten elkaar mogen opjagen op de snelwegen. Ik voorzie veel ongelukken met dodelijke afloop. Het is mijns inziens een verkapte poging van de overheid het aantal burgers terug te brengen tot beheersbare hoeveelheden. Ik zou zeggen: nog veel liever plankgas en overal een minimumsnelheid instellen van 150 kilometer per uur. Het zijn goede plannen om het volle Nederland leefbaar te maken.’
Wat moet er volgens u nog meer veranderen in onze eigen democratie?
‘Ik heb erg meegeleefd met de opstand in Egypte en moest zelfs een traantje wegpinken, toen de dictator Moebarak uiteindelijk gehoor gaf aan de eisen van het volk. De kritiek dat zijn familieleden zich zonder uitzondering hebben gedragen als filmsterren en waarvoor het volk de rekening moest betalen, brengt mij op het idee om ook onze eigen koninklijke filmsterren een toontje lager te laten zingen. Wat mij betreft vele tonen lager. We hoeven hiervoor niet zo massaal prominente pleinen te bezetten als in Kairo, maar ons parlement alleen maar oproepen nu eindelijk een einde te maken aan deze peperdure poppenkast. De koningin mag wat mij betreft barones worden, geld en juwelen inleveren. Want die behoren immers aan het volk. Daarmee kunnen voor een groot deel de miljoenen woekerpolisbezitters redelijk worden gecompenseerd.’
Schrijft u in de toekomst nog sportboeken?
‘Waarschijnlijk niet. Mogelijk probeer ik nog wel een uitgever te vinden voor een heruitgave van mijn prachtboek ‘Een koningin met mannenbenen’, biografie met ‘atlete van de eeuw’ Fanny Blankers-Koen in de hoofdrol en in recensies uitgeroepen tot ‘parel onder de sportboeken.’ Zoals u waarschijnlijk weet, zijn volgend jaar de Olympische Spelen weer in Londen, waar FBK in 1948 vier keer goud won. Binnenkort verschijnt bij Nieuw Amsterdam een boek met ‘het beste uit 42’, het literaire loopblad dat ik maakte met de meesters Rolf Bos en Jac. Toes. Mogelijk leef ik mij nog een keer uit in fictie met een hoofdrol voor die rare, boeiende sportwereld, waar mijns inziens de top ook wordt bepaald door een portie slechtheid, zoals dat ook (zo mocht ik ondervinden) geldt voor de wereld van het grote geld.’
Gaat u stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen en mogen wij weten op welke partij?
‘Het laatste gaat u niets aan, maar toch vertel ik het u. Ik twijfel tussen de Socialistische Partij en de Partij voor de Dieren. Veel verschil is er niet tussen die twee. Het gaat hier om de underdog, waarvoor ik een natuurlijke sympathie koester. Mag ik ook nog van de gelegenheid gebruikmaken de oprichting van een diervriendelijke organisatie aan te kondigen? Deze nieuwe stichting richt zich op het verjagen van jagers. De precieze details mag ik nog niet melden, maar er zal hier tewaterlating plaatsvinden. Volg Pauw & Witteman en De Wereld Draait Door. U hoort van mij!’

YTSJE DE VRIES


Vervolg ’In het bos daar zijn geen Jagers’:

In het bos daar
zijn geen Jagers

Weer bibberende verzekeraars gisteravond tijdens de uitzending van Tros Radar, waarin woekerpolissen onder het vergrootglas werden gelegd. Dit keer werden o.a. contracten van Fortis/ASR en Falcon ontleed. De conclusie was helder als glas: de compensatieregeling op grond van de Wabekenorm leidt tot zeer weinig of niets, in het beste geval tot een paar procent van de werkelijke schade. En intussen zien de goedgelovige klanten eventuele beurswinsten in rook opgaan, want de kosten blijven veel te hoog. Ze betalen hun ‘compensatie’ dubbel en dwars zelf gedurende de looptijd van hun meestal waardeloze contracten.
Professor Arnoud Boot oordeelde dat de verzekeraars maar beter alle (ruim zeven miljoen) rotte appelen konden ‘doordraaien’. ‘Kom met een echt ruimhartige compensatie’, zo zei hij. Presentatrice Antoinette Hertsenberg riep de verzekeringsmaatschappijen op tot een massale terughaalactie. De kosten voor beleggingsproducten mogen wat haar betreft niet meer dan 1 procent per jaar bedragen.
Zal de minister van Financiën mr. drs. Jan Kees de Jager ook met samengeknepen billen hebben gekeken? Een paar dagen geleden had hij schriftelijk antwoord gegeven op vragen van de twee volksvertegenwoordigers Irrgang (SP) en Blanksma (CDA). De meeste financiële deskundigen die wel verstand hebben voor de op het oog ingewikkelde materie rond beleggingsverzekeringen hebben geen hoge pet op van betreffende expertise in de Tweede Kamer. Maar het was de geachte afgevaardigden Irrgang en Blanksma in elk geval niet ontgaan dat in een uitzending van Kassa! op 30 oktober j.l. wel hele vreemde rekensommetjes voorbijkwamen. Daarbij werd o.a. door Kapé Breukelaar eenvoudig aangetoond dat consumenten in het geheel niet werden gecompenseerd, maar veel beter als de wiedeweerga hun polissen konden afkopen.

Aangenomen mag worden dat De Jager precies weet waarover hij spreekt, maar die indruk wekte hij niet bij het beantwoorden van de Kamervragen. Geen of nauwelijks zorgen bij zijne excellentie, integendeel. ‘Ik ben verheugd uw Kamer te kunnen melden dat SNS Reaal op 17 november 2010 met de stichting Verliespolis een definitief akkoord heeft gesloten over de compensatieregeling kosten beleggingsverzekeringen’, aldus begint hij in het gebruikelijk onleesbare parlementaire jargon zijn tirade bij zijn antwoord op 16 december 2010. Zal hij ook verheugd zijn over de schadevergoeding van 28.000 euro die de volhardende Brabantse gedupeerde Paul Crommentuyn recent uit het vuur sleepte ten koste van dezelfde bank/verzekeraar door op voorhand geen genoegen te nemen met de sigaar uit eigen doos die Wabekenorm wordt genoemd?
Van De Jager kan natuurlijk niet verwacht worden dat hij houders van ruim zeven miljoen waardeloze verzekeringscontracten massaal oproept te gaan procederen of hun polissen af te kopen, want dan zullen verzekeraars omvallen en kan Nederland aansluiten bij Griekenland en Ierland als failliete natie. Niemand die wacht op de ondergang van Aegon of het ING van Nationale Nederlanden. Maar het betekent nog niet dat een minister zich door het Verbond van Verzekeraars het bos in moet laten sturen. Het is de tactiek die leidde tot de hausse van nutteloze, want peperdure polissen: het verhullen van wat je werkelijk koopt achter een rookgordijn van het op het eerste oog redelijke woorden en begrippen. Alleen zou een bewindsman van dergelijk gewicht wèl moeten begrijpen dat er in werkelijkheid geen sprake kan zijn van compensatie. Het woord alleen al is hier een gotspe.

Een kosteninhouding van gemiddeld 2.5 procent (waarop de Wabekeregeling is gebaseerd) klinkt op het eerste gehoor redelijk, alleen is het een jaarlijks terugkerende marge over de gehele looptijd en uitgaande van de waarde van de polis. Dus niet alleen de premie. Bovendien zijn de over het algemeen veel te hoge kosten voor het overlijdensrisico niet ingecalculeerd. Heel gemakkelijk kom je daardoor, zo zal iedere expert vrij gemakkelijk kunnen voorrekenen op een afslag van veertig procent of meer. Jaarlijks. Alleen al om ooit nog je inleg terug te krijgen, moeten er sprookjesachtige volkomen onrealistische beleggingsrendementen worden geboekt.
Net als de verzekeraars schermde minister De Jager met ‘het brede draagvlak’ van de stichtingen Verliespolis en Woeker Polis Claim ‘die in dit moeilijke dossier onder grote druk resultaten boekte met een goed oog voor het brede maatschappelijke belang.’ Per ongeluk noemde hij bij de ‘bruggenbouwers’ (zoals Vereniging Eigen Huis en Vereniging van Effecten Bezitters) ook de Vereniging Consument & Geldzaken waarvan bekend is dat die helemaal niet gelukkig is met de compensatieregeling. Dat geldt ook voor de ongeveer 200.000 gedupeerden die zich tegen betaling hebben aangemeld bij de stichtingen die (daarover zijn alle deskundigen het eens) hun klanten een bijzonder slechte dienst hebben bewezen. Althans: het zou moeten gelden, wanneer ze eindelijk begrijpen nooit gecompenseerd te worden, maar beschikken over een kat in de zak. Ze zijn voor de tweede keer voor de gek gehouden: eerst door verzekeraars of tussenpersoon en nu door de stichtingen Verliespolis en Woeker Polis Claim.
Het mag duidelijk zijn: het dossier ‘woekerpolispijn’ is nog lang niet gesloten, hoe graag een man als Willem van Duin, de huidige voorzitter van het bestuur van het Verbond van Verzekeraars (en de grote man achter Achmea) het ook zou willen. Zo mocht hij vorige week uitgebreid vertellen in het Financieel Dagblad. Tros Radar, dat trouwens bij eerdere uitzendingen de onderhandelingsresultaten van de stichtingen als een succes had begroet, toonde gisteravond weer nieuwe bewijzen voor de nietszeggendheid van de regeling op naam van Jan Wolter Wabeke, voormalig ombudsman van het Kifid. Miljoenen Nederlandse verzekeringsnemers zijn voor abstracte hoeveelheden miljarden het bos ingestuurd. Jan Kees de Jager mag verheugd zijn over ‘het goede oog voor het brede maatschappelijke belang’, maar daarbij doelt hij toch voornamelijk op de verzekeraars. Zo moge blijken uit zijn antwoorden op Kamervragen.

Kees Kooman, auteur van De Woekerpolisaffaire

Lees brief De Jager en zijn antwoorden op Kamervragen van Irrgang en Blanksma op: http://www.nieuwsbank.nl/inp/2010/12/16/H168.htm

Vervolg bericht ’Wabekenorm door klachteninstituut van tafel geveegd’ op website www.ftm.nl (28 oktober 2010):

Het kan wel eens duren voordat het kwartje valt. Bijvoorbeeld wanneer zaken zo complex in elkaar steken dat je er wat langer naar moeten kijken voordat je de betekenis gaat ontwaren. Zo staarde heel Nederland jarenlang naar zijn beleggingsverzekering zonder te snappen dat hij door zijn verzekeraar op een afschuwelijke wijze te grazen werd genomen.
Zo duurde het ook even voordat een uitspraak van de Commissie van Beroep van het Klachteninstituut Financiële Diensten (Kifid) hier goed werd begrepen. Het Kifid neemt dus klachten in ontvangst van mensen die denken dat ze een ondeugdelijk financieel product hebben aangesmeerd gekregen. Er zijn miljoenen mensen die zich de laatste jaren bij het Kifid hadden moeten melden, in de praktijk waren het er slechts enkelen. Een daarvan, een bezitter van een woekerpolis, werd eerder deze maand op een zeer duidelijke wijze in het gelijk gesteld door de Commissie van Beroep van dat Kifid.

Waren voor woekerpolissen dan al niet massale regelingen getroffen met de verzekeraars? Ja, dat klopt. Maar die regelingen zijn fopspenen die op een slimme manier bij de grote schare onwetenden consumenten met de natte vingers van de stichtingen Verliespolis en Woeker Polis Claim in de mond zijn geduwd. Architect van deze dwaze schikkingen was de weledele heer Jan Wolter Wabeke, de voormalige ombudsman van het Kifid. Zijn ‘Wabekenorm’ is de basis op grond waarvan verzekeraars gedupeerde klanten moeten compenseren. In veruit de meeste gevallen is dat een schijntje van de werkelijke schade. Wabeke nam onlangs afscheid van zijn baan.

Maar wat blijkt na enig denk- en belwerk? De uitspraak van de Commissie van Beroep van Wabeke’s voormalige werkgever Kifid gaat veel verder dan de schikkingen van Verliespolis en Woeker Polis Claim. In feite wordt ook de Wabekenorm van tafel geveegd. Dit dankzij een volhardende en rebelse consument die het er niet bij liet zich dan het ‘algemeen gangbaar levensverzekeringsproduct’ dat hij had gekocht, een totale rip off bleek te zijn. Dankzij de uitspraak krijgt hij een veel realistischer vergoeding.
Onder voorzitterschap van professor A.S. Hartkamp, hoogleraar aan de Radboud Universiteit van Nijmegen, werd de verzekeraar veroordeeld tot het uitbetalen van een bedrag van 18.000 euro plus wettelijke rente en de 500 euro die door consument betaald moet worden bij het aanspannen van hoger beroep. Namen van zowel eiser als verzekeraar, bijgestaan door de Amsterdamse advocaat ’t Hart blijven in deze procedures anoniem. Volgens het college van wijze mannen en vrouwen moet een deel van de schade, totaal beraamd op 24.000 euro worden verhaald op de tussenpersoon. Geen prettig nieuws voor financiële adviseurs die tot dusver grotendeels buiten schot blijven bij de woekerpolisaffaire. Het aardige is dat hier sprake is van een betrekkelijk kleine polis: premie 313 euro per maand inclusief dekking overlijdensrisico. Dat biedt dus perspectief voor andere gedupeerden.

De betreffende consument was naar het oordeel van de Commissie van Beroep niet voldoende geïnformeerd over het beleggingsproduct dat hij in 1999 aanschafte en stond het bedrag bij afkoop in 2007 niet in verhouding tot geleden schade. Terecht had klager geconcludeerd dat hij deze polis nooit afgesloten zou hebben, als hem bij het afsluiten de werkelijke kosten waren medegedeeld. Het is in het algemeen de meest gehoorde klacht van bezitters van woekerpolissen: ze kochten een kat in de zak. Verzekeraar en tussenpersoon verzaakten volgens het Kifid in dit specifieke geval hun zorgplicht, zoals een jaar eerder bij de wet geregeld in de nieuwe Regeling Informatieverstrekking Aan Verzekeringsnemer (RIAV). Het verweer van het verzekeringsbedrijf dat deze polishouder door een handtekening te zetten, had moeten weten wat hij of zij kocht, werd door professor Hartkamp en collega’s weggewuifd.

Wakker worden
De uitspraak kan enorme consequenties hebben voor het hoofdpijndossier De Woekerpolisaffaire, waarbij immers miljoenen Nederlanders zijn betrokken door ‘foute’ pensioenen, hypotheken of lijfrentes, meestal na verkeerde of onvoldoende informatie aangeschaft. Dat zegt jurist Anton Weenink van de stichting Consument & Geldzaken. ‘Alleen moet de consument dan eerst wakker worden en inzien dat je geen genoegen moet nemen met een compensatienorm. Tot op heden heeft 98 procent van de gedupeerden geen interesse getoond in eigen malheur en blijft uiterst passief. Die nemen een houding aan in de trant van: het zal wel.’ Zij vertrouwen volledig op de compensatie, toegezegd door verzekeraars in voor de meeste consumenten onbegrijpelijke taal, rookgordijnen om de werkelijkheid (u krijgt niets of een schijntje) te verhullen.

Nooit opgeven
Bijzonder bij voormelde uitspraak is volgens Weenink dat het beroepscollege de nieuwste richtlijnen van RIAV volgt. ‘Die gaan veel verder, zeker op gebied van zorgplicht, dan de eerdere versie van 1992. Het betekent ook dat beleggingspolissen, afgesloten na 1998 een goede kans maken op een realistische compensatie.’ Voor de verzekeraars die na de compensatieakkoorden met de stichtingen Verliespolis en Woeker Polis Claim ongeveer twee miljard uittrokken moet de uitspraak klinken als een donderslag bij heldere hemel. De grootste problemen leken immers opgelost. Piet Koremans, gepensioneerd beroepsmilitair die zich pro deo inzet voor gedupeerden en momenteel druk doende met de afwikkeling van het faillissement van DSB noemt vooral daarom deze uitspraak een ‘grote overwinning.’
‘Iedereen liep mee aan het handje van de ombudsman Wabeke die een vrijwel waardeloze norm ter compensatie bedacht. Niets meer of minder dan een fooi.’ Wakkere consumenten kunnen rijkelijk beloond worden voor hun doorzettingsvermogen. ‘Nooit opgeven’, zegt Koremans.

In de fuik
Hendrik Jan Bos, advocaat die zich specialiseerde op gebied van de woekerpolissen, is iets minder enthousiast. ‘Laat vooropstaan dat hier sprake is van een heel bijzondere uitspraak. Alle gedupeerden die hebben getekend voor de akkoorden van Verliespolis en Woeker Polis Claim hebben er echter niets meer aan. Die zijn massaal in de fuik gelopen, zoals dat destijds ook gebeurde bij Dexia op basis van de Duisenbergregeling. Ze kwamen er later achter dat veel betere regelingen mogelijk waren, maar helaas: te laat. Nu ook zullen de miljoenen benadeelden eerst wel wat moeten doen voor een echte schadevergoeding. Je moet sowieso verjaring tegengaan door een goede stuitingsbrief te sturen. De gedupeerden moeten eindelijk uit hun luie bed komen. Doen ze dat niet dan kunnen ze maar beter eeuwig blijven liggen.’

Kees Kooman, auteur De Woekerpolisaffaire (www.keeskooman.nl) m.m.v. Eric Smit
Interview De Boekenkrant

Terug naar Boeken overzicht






Kees Kooman • Tibsterwei 15 • 9131 EH Ee • info@keeskooman.nl