Boeken





’Een killer in Kimono’



Spraakmakende biografie bij de 75ste verjaardag van Anton Geesink, een levenslange vechtersbaas.



Anton Geesink, een levenslange vechtersbaas die garant staat voor een spraakmakende biografie. De strijd heeft zich verplaatst naar het rode pluche. ‘Iedere opponent trekt hij op de virtuele judomat,’ is een typerende uitspraak in dit boek. Wantrouwen is zijn achilleshiel: iedere dag bang dat hem wordt ontnomen wat hij op eigen kracht veroverde. Of is hij toch vooral de lieve brombeer die eenzaam strijdt voor gerechtigheid?

Een killer in kimono, voorkant Een killer in kimono, achterkant



Lees recensie Volkskrant |
Opmerking van de schrijver bij recensie Volkskrant. Poul Annema meldt dat ik niet met Geesink heb gesproken. Dat klopt niet. De wispelturige hoofdrolspeler zag er op het laatste moment van af zijn biografie te autoriseren. De reden kunt u lezen in het boek.

Column Cees Grimbergen in AD (Utrecht):

Het jochie
van Mien

Onder zijn beeld bij de Jacobikerk ligt een doornatte bruine judoband. Tussen de zonnebloemen. Uitrijders van de parkeergarage La Vie passeren het uit marmer gehouwen Jochie van Mien (zijn wijk C-bijnaam). Thuis had ik net Een killer in kimono in een ruk uitgelezen. De fascinerende biografie van Anton Geesink, geschreven door schrijver/journalist Kees Kooman. Ik raakte in de ban van de volksheld die, altijd vechtend, een eenling bleef. Een paar citaten.

“Als je hem enigszins tegen durfde te spreken, veranderde hij in een Utrechtse straatvechter. Hij kon en kan over lijken gaan.” (Johan van der Haar, hielp bij zijn sportschool) “Anton vindt dat iedereen recht heeft op een eigen mening, mits die niet afwijkt van de zijne.”(Leo de Vries, 30 jaar judo-collega) “Hij heeft veel dingen gezegd die niet waar zijn” (zijn judo-leermeester Jan van der Horst) “Dat alles overheersende wantrouwen van hem, godallemachtig, waar is dat goed voor?” (Peter Snijders, judoka, vriend van het eerste uur) “Hij vergeeft en vergeet nooit.”(sporthistoricus Ton Bijkerk) “Een topatleet heeft altijd iets van een egoïst, soms slaat het egoïsme door.” (Jaap Nauwelaerts de Agé, judo-scheidsrechter) “Een grootheid op judo-gebied is een schorempie gebleven waarvan wijk C er zoveel in voorraad had.” (Joop van der Linden, beheerder Anton Geesinkstraat) “Het maakt helemaal niet uit wat ik vind of denk.” (vriend Joop Mackaaij) “Winnen is een vorm van innerlijke beschaving. Ik heb het maximum uit mijn leven gehaald. Door juist ook te tonen dat ik niet alles weet. Daarom heb ik regelmatig durven zeggen dat er niemand is die zo goed functioneert als ik.” (Geesink) “Je begrijpt toch wel dat het een feest is geweest om mensen als Vonhoff, Huibregtsen, Blankert en Terpstra -ja ook zij- het nakijken te geven.” (Geesink) “Wat heb je er aan: stilstaan bij dingen die je toch niet weet, zoals het hiernamaals.” (het jochie van Mien)
Wilt u een zeldzaam hard, rancuneus, kleurrijk, typisch Utrechts karakter beter begrijpen? Lees deze biografie over het jochie van een dominante moeder (Mien) uit Wijk C.



Het gebaar van een judoreus
maandag 30 augustus 2010 (Spits)

Door JAN BALK

Anton Geesink is niet meer onder ons. Maar de herinnering aan zijn olympische gouden plak van 1964 in Tokio zal altijd blijven voortbestaan. Een reconstructie van dit ultieme sportmoment.
Door Balk, Jan
AMSTERDAM Voor hetzelfde geld was Geesink tijdens de Olympische Spelen van 1960 in Rome al van de partij geweest. Niet als judoka, maar als worstelaar. Judo was in 1960 namelijk niet olympisch. Vandaar dat Geesink zich had toegelegd op het worstelen.
Geesink werd drie keer Nederlands kampioen in het Grieks-Romeins. Desalniettemin mocht hij niet naar Rome van het NOC. Dit kwam omdat de reus uit Utrecht een judoschool leidde en daarmee zijn geld verdiende. Er werd getwijfeld aan zijn amateurstatus.

Des te opmerkelijker was het dat Geesink vier jaar later als judoka wel naar de Spelen mocht. In 1964 was judo in Japan voor het eerst in de geschiedenis demonstratiesport tijdens het grootste sportevenement ter wereld. Het verhaal gaat dat niemand minder dan prins Bernhard er voor heeft gezorgd dat Geesink wel naar Tokio mocht.

De twee kwamen elkaar begin 1964 tegen tijdens een nieuwjaarsreceptie. Prins Bernhard, een groot judofan, was stomverbaasd toen Geesink hem vertelde dat hij nog niet zeker wist of hij naar de Spelen mocht. Tien maanden later liep de judoreus als vlaggendrager van de Nederlandse ploeg het Olympisch Stadion van Tokio binnen.

In Japan was de lokale held Akio Kaminaga de favoriet voor het goud in de open categorie. Volgens de Japanse supporters dan. De kenners wisten wel beter. Geesink was namelijk begin jaren zestig volstrekt onverslaanbaar en had in 1961 tijdens het WK in Parijs als eerste niet-Japanner al de wereldtitel veroverd.

Ook de Japanse bondscoach van destijds, Yasuichi Masumoto, wist eigenlijk wel van tevoren dat zijn pupil kansloos was. Het verhaal gaat dat de keuzeheer bij de selectie in 1964 moest kiezen tussen Isao Inokuma en Akio Kaminaga. Masumoto koos voor laatstgenoemde, niet omdat hij beter was, maar omdat hij beter in staat zou zijn om het verlies te verwerken. Dit zegt Masao Kaminaga, de broer van Akio, in het door Kees Kooman geschreven boek over Anton Geesink Een killer in kimono.

De onverslaanbare Geesink rekende in de Budokan, de speciaal voor de Spelen gebouwde judohal, met veel machtsvertoon af met Akio Kaminaga. Onder het toeziend oog van 17.000 toeschouwers werd de plaatselijke favoriet in het Japanse Tokio met een houdgreep verslagen. Ook prins Bernhard en - toen nog - prinses Beatrix zaten op de tribune.

In Nederland was de finale alleen op de radio rechtsreeks te volgen. Vanwege het tijdsverschil werd het gevecht pas later op televisie uitgezonden.

Nog machtiger dan de houdgreep was het gebaar dat Geesink direct na zijn zege maakte.

Onder aanvoering van de Amsterdamse boksers Jan de Rooij en Jan Huppen wilden de Nederlandse fans de mat opstormen om Geesink te feliciteren met het olympisch goud. Maar de kersverse olympische kampioen stak zijn hand op en de Nederlanders deinsden terug. Het is namelijk een soort van heiligschennis als eenvoudige toeschouwers de tatami betreden. Bovendien vond Geesink tonen van respect aan zijn tegenstander door middel van een buiging veel belangrijker dan het vieren van een feestje.

De macht die Geesink met zijn simpele gebaar uitstraalde heeft over de hele wereld, en vooral bij de Japanners, een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Minstens zo indrukwekkend was het feit dat Geesink direct na zijn zege op 23 oktober 1964 zijn 108 kilo zware tegenstander optilde om hem terug te kunnen zetten op de tatami.

Ook indruk maakte Geesink tijdens de cérémonie protoculaire in Tokio omdat hij geen spoor van emotie toonde terwijl hij de gouden plak kreeg omgehangen. ”Natuurlijk was ik erg verheugd, maar ik heb nog nooit gehuild om een eigen prestatie”, zegt Geesink in Een Killer in kimono. ”Tranen bewaar ik voor thuis als er iets aan de hand is met de vrouw, de kinderen, de kleinkinderen of een van mijn vrienden.”

Geesink was een opvallend mens. En echt bijzonder was de manier waarop de judoreus goud veroverde tijdens de Olympische Spelen van 1964.



Lees recensie Trouw | Lees recensie NRC



Terug naar Boeken overzicht





Kees Kooman • Tibsterwei 15 • 9131 EH Ee • keekoo@planet.nl