Columns





Tijd voor een
stuk touw



Wie het leven moe is en nog slechts een zetje nodig heeft het stuk touw te bevestigen boven het trapgat, nodig ik uit naar het 8 uur-Journaal te kijken. Nog beter is de combinatie van de nieuwsuitzending van RTL 4 (19.30 uur). Succes verzekerd!
Klaas Knot, in naam aangenomen om De Nederlandse Bank te leiden, heeft als geheime opdracht meegekregen het aantal Nederlanders te beknotten. Het land is vol. Sedert het vertrek van Nout Wellink treedt hij regelmatig op als onheilsprofeet die slechts een boodschap heeft: het gaat slecht en het wordt nog veel slechter.
Laat me denken, De Nederlandse Bank. Is dat niet het instituut dat erop moest toezien dat banken en verzekeraars zich wel netjes gedroegen en de klant geen knollen voor citroenen verkocht? Ja, de DNB kreeg het zelfs voor elkaar op maat gesneden woekerproducten (op basis van aandelenlease) voor eigen werknemers te propageren. Toen massale rechtzaken dreigden en Wim Duisenberg uit de mottenballen gehaald moest worden om de ramp te beteugelen, raakte deze affaire snel in de doofpot met de deksel stevig aangedraaid. Hmmm, de toezichthouder zelf bedrogen. Ongetwijfeld hebben de bazen een voorbeeldige compensatie voor eigen mensen uit het vuur gesleept, heel wat beter dan de fooi (heette Duisenberg-regeling) waarmee het plebs werd opgescheept.
Sinds de eurocrisis vaste voet aan de grond heeft gekregen in Nederland hoor je weinig of niets meer van de capriolen, waarmee banken en verzekeraars het land de afgelopen decennia opzadelden met miljoenen producten, alleen van waarde voor de producenten zelf. Die woekerdingen zijn bommen onder de toch al zo lamlendige economie. Ze kunnen tot explosie komen bij de in het verschiet liggende gedwongen huisverkopen. Daar kun je vergif op innemen. Die zullen de prijsdaling van onroerend goed nog een duwtje in de rug geven.
Bent u er nog, of hangt u al in het trapgat van uw veel te dure woning met veel te hoge hypotheek?
We kijken weer even, met de tanden knarsend van ellende, naar het Journaal waar wordt gezegd dat nu toch echt iedereen die er politiek wat toe doet, wil tornen aan de hypotheekrente-aftrek. Onvermijdelijk. Maar er wordt toch al lang aan het ’instrument’, in het leven geroepen om eigen woningbezit te bevorderen, getornd? Maximaal 30 jaar belastingvoordeel, overwaarde verplicht aanbetalen bij een nieuwe hypotheek waren al maatregelen om de kip met de gouden eieren aan banden te leggen. De volgende stap, een maximale aftrekpost over 350.000 euro, is niet ver weg. Kun je ook vergif op innemen.
Tijdens mijn research voor een nieuw boek over de praktijken van banken en verzekeraars ben ik ervan overtuigd geraakt dat niemand hoeft te rekenen op de rekenkunsten van onze politici. Een van de meest krankzinnige voorstellen kwam onlangs van een VVD-mevrouw, zo krankzinnig dat ik haar naam ogenblikkelijk vergeten moest. Biedt huurwoningen te koop aan, aan de huurders, was het konijn dat zij uit haar hoedje toverde. Een kind kan voorspellen dat alleen de betere woningen worden gekocht, het áfval’ zal binnen niet al te lange tijd uitmonden in een ghetto voor paupers. Die categorie zal trouwens sterk toenemen, als alle plannetjes van de politieke potverteerders worden uitgevoerd.
Het Journaal houdt niet op met strooien van zout in de open wonden. De babyboomers, schurken zijn het, moeten opdraaien voor de slecht renderende pensioenfondsen. Gekort zal er worden, profiteurs! Wat denken zij wel; dat de hardwerkende jonge generatie nu de prijs gaat betalen door hogere premies te berekenen? Dat een deel van die ’boomers’ al gedurende vijf jaar meestal de ooit beloofde indexatie op de gerimpelde buik kunnen schrijven, is een goed bewaard geheim. Ze zijn er dus al 10 % aan koopkracht op achteruit gegaan. De aangekondigde korting, te danken aan haperende beurskoersen en falende toezichthouders, komt daar nu bovenop. Niet zeuren!
Ik heb weleens uitgerekend dat de generatie die relatief het meeste heeft geprofiteerd van de welvaart, een economie zonder nieten, de oorlogskinderen zijn. Stukje gerechtigheid: geboren onder wapengekletter zonder weerga en de hongerwinter van 44/45 overleefd. Fitte zestigers en zeventigers, vaak met pensioen gegaan dankzij de VUT-regeling (Vervroegde Uittreding) die ook van de een op de andere dag werd afgeschaft door ’Den Haag’’.  Vertrouwen is het toverwoord in deze bange dagen, maar is het vreemd dat bijna geen burger meer vertrouwt op Nederlandse politici en toezichthouders?
’Vrolijke’ Frans, Klaas Knot deed recent weer een destructieve duit in het zakje zonder bodem. Starters moeten voortaan een kleine 20 % aan kapitaal meebrengen, voordat ze een woning mogen kopen en een hypotheek krijgen. Je bent jong en je wilt wat maar je kan niets. Daarmee doet hij de deur naar de woningmarkt definitief op slot. Afzien , lijden zullen we, het calvinisme moet hoogtij vieren. Ik houd voor de zekerheid een stuk touw bij de hand.
 
KEES KOOMAN
 
15 januari 2012:

Dit ‘zeikertje’ heeft
een imagoprobleem



Niets is wat het lijkt, en dat geldt misschien nog wel het meeste voor ons spiegelbeeld. Bijna iedere ochtend kijk ik een man aan bij wie ik denk: kan hij niet weg?
Het is een schrale troost te weten dat het geldt voor de meeste normale mensen, behalve narcisten als Assad, Hitler, Stalin, Wilders en hoe al die min of meer gevaarlijke gekken ook mogen heten. Je kunt dus met andere woorden beter ochtendlijke griezelmomenten beleven dan alleen maar in staat zijn tot zelfbevrediging met een spiegel als hulpmiddel.
Ik kom tot deze misschien wat merkwaardige analyse mede dankzij een opmerking van een kennis over ‘de buitenkant’ van mijn colums. Ja, inhoudelijk zeker de moeite waard, maar toch – jammer, helaas – kan de aandacht het niet winnen van het onvermijdelijke gapen, voornamelijk veroorzaakt door die enorme grijze woordenzee. Daarin moet je wel verdrinken. Met andere woorden: kan ik mijn hersenspinsels niet ‘opleuken’?
Het verwijt komt in een week, waarin ik mij heb afgemeld voor een ‘vriendengroep’ op Facebook. Een van mijn ‘vrienden’ bombardeerde mijn mailbox met foto’s van ongeveer dertig jaar geleden, toen de meesten van ons nog de glans hadden van de jeugd en in de veronderstelling verkeerden dat die nooit voorbij zou gaan. We weten wel beter, zeker na bestudering van de foto’s van die ene blijkbaar door slapeloosheid bezochte vriend en zijn nachtelijke fotokanonnades. Wat was iedereen mooi, en vooral beloftevol!
Sommigen van mijn digitale ‘vrienden’ verblijven geestelijk nog steeds in de jaren tachtig. Ze vertellen met veel vuur over mijn dopingverleden. Ik zou een atlete die later olympisch kampioene werd, helpen vluchten vanuit Hengelo. Een controle dreigde ter gelegenheid van de FBK Games, genoemd naar Fanny Blankers-Koen. Vele jaren geleden verscheen daarover in de Krant op Zondag een ‘onthullend’ verhaal, waarin ook mijn toenmalige vriendin en huidige echtgenote een rol krijgt toebedeeld.
Maar zij zat helemaal niet (‘met geshamponeerde haren’) in de auto, waarin wel mijn lieve vrienden van Sparta wèl bivakkeerden. Simpelweg omdat ze met mij meereden. Iedere atleet was arm in die jaren. En iedere cent die bespaard kon worden op openbaar vervoer was er één. Ik had me natuurlijk wel vijf keer bedacht mijn chauffeursdiensten aan te bieden, als ik had geweten zoveel jaren later in de beklaagdenbank te belanden. Connie Vermazen (Niederlande) zat beslist NIET in die auto, eenvoudig omdat ze geblesseerd was. Het fantastische dopingverhaal kwam weer boven water naar aanleiding van mijn bedankje voor de vriendenclub die mij ongevraagd bestookten met oude koeien in de vorm van honderden foto’s.
De kritiek kwam hierop neer: dit ‘zeikertje’ kon de digitale club maar beter kwijt zijn, want kijk naar zijn duistere verleden. Trouwe vrienden stelden me achteraf op de hoogte van mijn diskwalificatie. Als ik het goed heb begrepen, hebben andere ‘vrienden’ ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn prachtbiografie (Een koningin met mannenbenen) over het leven van Fanny Blankers-Koen in diskrediet te brengen. Deze ‘vrienden’ moet ik waarschuwen, want op smaad staat tegenwoordig een flinke boete. Ik verwijs hier graag naar alle schitterende recensies (vijf sterren) die in 2003 verschenen. Zeer waarschijnlijk wordt het boek dit jaar ter gelegenheid van de Olympische Spelen in Londen opnieuw uitgegeven.
Terug naar de openingszin die mij in de schoot werd geworpen door mijn enigszins rusteloze maar creatieve geest. Ik vernam onlangs dat Margaret Thatcher, de ijzeren dame over wie een film in omloop kwam (hoofdrol: Streep, mijn favoriete actrice) werkte met adviseurs die haar imago bewaakten. Misschien heb ik het verkeerd begrepen, maar ik geloof dat wie succes wil hebben bij het grote publiek vooral in staat moet zijn een zekere authenticiteit uit te stralen. Echt, of onecht doet er niet zoveel toe. Het volk moet geloven dat je echt bent. Uit alles blijkt dat ik nooit mediatraining heb gehad. Is mijn imago evenveel waard als mijn spiegelbeeld? God beware me! Hoogste tijd om mezelf op te leuken.

KEES KOOMAN

8 januari 2012:

Applaus parlement
voor woekeraars



Misschien heeft u in de veronderstelling geleefd dat de Tweede Kamer zich druk zou maken om de gevolgen van de woekerpolisaffaire, zoals het niet kunnen aflossen van de hypotheek dankzij vrijwel waardeloos geworden beleggingspolissen. Maar recente moties dienaangaande bewijzen het tegendeel.
Op voorspraak van René Graafsma, ‘bekeerde’ tussenpersoon en medeauteur van het boekje ‘Woekerpolis, hoe kom ik er vanaf?’ diende Bruno Braakhuis (GroenLinks) vorige week een motie in om verzekeraars te verplichten kostenmaximum – gebaseerd op de nieuwe goedkopere producten – in euro’s vast te leggen. Dat in plaats van procenten, waardoor nog steeds woekerprijzen kunnen worden berekend voor beleggingsproducten van verzekeraars. De door consumentenorganisaties Verliespolis en Woeker Polis Claim ‘afgedwongen’ compensaties bleken bij nadere calculatie minder dan een wassen neus.
Onze volksvertegenwoordigers vonden het voorstel van Braakhuis maar niets en wezen zijn motie massaal af. Hetzelfde gold voor de wensen van hem en collega Ewoud Irrgang (SP) aanvullend onderzoek te verrichten naar de hoogte van de schadeloosstelling en daarnaast (motie van PVV’er Tony van Dijck) de zogeheten Wabeke-norm onder de loep te leggen van de nieuwe ombudsman, opvolger Nol Monster. Juist die door Wabeke ontworpen ‘maatbeker’ was achteraf beschouwd aanleiding voor de krakkemikkige schadevergoeding, aanvankelijk naar mijn mening niet kritisch genoeg verwelkomd door de criticasters van o.a. Tros Radar. Een wassen neus. Waardeloos. Fopspeen.
De toneelspelers van de verzekeraars (voorop Niek Hoek van Delta Lloyd) trokken er gezichten bij, of ze nu massaal tot de bedelstaf waren gebracht. Maar ze moeten in hun vuistje hebben gelachen. De schade blijft beperkt tot hooguit drie miljard. Een dreigende ramp van vele miljarden is voorkomen. En intussen kunnen de winsten van toekomstige woekerpolissen weer met een min of meer gerust hart worden bijgeschreven. Verzekeraars als Nationale-Nederlanden lappen de afspraken, zoals het op tijd informeren van de consument over de hoogte van de compensatie, geheel aan hun laars. Hier past de tactiek van de vertraging, die stelselmatig wordt toegepast bij grote uitkeringen, zoals te doen gebruikelijk bij grote schadeclaims. Intussen tikt de klok ten gunste van de woekerproducenten door verjaring van juridische claims.
Misschien spelen de lobbyisten van het Verbond van Verzekeraars (specialisten in het ontwerpen van fopspenen en vertragingstechnieken) hier een belangrijke rol, maar het was wel typerend dat de Tweede Kamer na het afwijzen van de voorgaand besproken moties toch nog een doekje voor het bloeden in de aanbieding had. Dit dankzij de inspanningen van Ronald Plasterk (PvdA) en Elly Blanksma (CDA) die in gebruikelijk onbegrijpelijk vakjargon vroegen de Kamer voor de zomer te informeren over ‘de monitoring van de uitvoering van de compensatieakkoorden’. Bovendien moet de geschillencommissie van het Kifid (Klachteninstituut Financiële Diensten) toezien op de uitvoering van de ‘schrijnende gevallen.’
Dat bijna iedere woekerpolis van de ongeveer acht miljoen in omloop zijnde wanproducten een schrijnend geval op zich is, wordt daar vanzelfsprekend niet bij verteld. De twee Kamerleden doelen waarschijnlijk op de ‘contracten’ die door de veel te hoge overlijdenspremies minder dan nul waard zijn geworden. De meeste consumenten lijken zich inmiddels te hebben neergelegd bij hun nederlaag, of steken nog steeds massaal de kop in het zand. Dat moge blijken uit het aantal ‘aanhouders’ dat zich aanmeldde bij de stichting Consumentenclaim dat op basis van ‘no cure no pay’ procedeert. Het cijfers van omstreeks 30.000 aangesloten leden klinkt indrukwekkend, maar bedraagt uiteindelijk nog geen één procent van de gedupeerden. De laksheid van de gemiddelde Nederlander is misschien nog onbegrijpelijker dan de ‘daadkracht’ van de Tweede Kamer in dit dossier.
In bijna volstrekte anonimiteit boeken individuele doorzetters inmiddels grote successen bij de burgerrechter. Achmea werd recent in Leeuwarden verplicht over te gaan tot een schadevergoeding van 121.000 euro aan een consument die zijn pensioen dacht te hebben veilig gesteld in een zogeheten Lijfrentemaatwerkplan, maar een groot deel van zijn inleg van 284.000 euro zag verdampen. De Friese rechter had de verzekeraar nog de kans gegeven een deel van de schuldvraag te deponeren bij de tussenpersoon (Kema, captive van Nationale-Nederlanden), maar bleek niet onder de indruk van nieuwe ‘bewijsstukken.’ Juridisch was het zo klaar als een klontje: Achmea had zich niet gehouden aan de zorgplicht.
Het is precies de makke van veel woekerpolissen die nimmer in zulke grote getalen verkocht zouden zijn, als met goed fatsoen was voldaan aan de zorgplicht. Met enige fantasie kun je de bal nu doorspelen naar de volksvertegenwoordigers. Voldoen zij eigenlijk wel aan hun zorgplicht door zo gemakkelijk moties af te wijzen? Gaan zij straks koken voor de Nederlanders die beschikken over een woekerpensioen en een beleggingspolis waarmee de hypotheek moet worden afgelost?
Herinner Frans Weekers, staatssecretaris Financiën aan een uitspraak gedaan in mijn boek De woekerpolisaffaire: ‘Van mij mogen ze (de verzekeraars) hun klanten pas in de toekomst schadeloos stellen, als ze weer wat meer vet op de ribben hebben. Met hun belachelijke prognose bij het afsluiten van de meeste contracten kun je spreken van misleiding. Die is bij de wet verboden. Het mag niet zo zijn dat verzekeraars ermee wegkomen, omdat andere grote financiële problemen (de kredietcrisis) toevallig de aandacht opeisen.’

KEES KOOMAN

1 januari 2012:

Lege leuzen en
dode zielen



Mijn hoogbejaarde grootmoeder heeft een twitteraccount aangemaakt. Zonder visuele hulpmiddelen kan ze geen letter meer lezen, maar het doet er niet toe: zij is vastbesloten om het enorme aantal volgers van Femke Halsema te overtreffen. Het is haar goede voornemen voor 2012.
Een paar drukjes op de knoppen en half Nederland weet, waarover je zorgen hebt. Halsema maakt zich zorgen over haar opvolgster die het volgens de peilingen niet zo goed doet. Nu verschillen politieke peilingen niet veel van uitslagen in een voetbalcompetitie. Winnaars van vandaag zijn de verliezers van morgen. Dus geef, populaire Femke, de lieve Jolanda nog even de tijd, voordat we de balans laten opmaken door de geschiedenis die heel wat geduldiger is dan twitterende en erop los filosoferende ex-politici.
Nog een paar dagen geduld, je goed verstoppen voor de buitenwereld, en dan zijn we weer af van de plichtplegingen die horen bij een jaarwisseling en die ik graag de oliebollengekte wil noemen. Zonder schuldgevoel verpakken wij de aardappelschillen in paginagrote hitlijsten, variërend van flop-10 tot top-2000. We nemen weer voor een jaar afscheid van Gordon, de tot vlees geworden wansmaak van hossend Nederland. Ik weet niet wie verantwoordelijk is voor de uitnodigingen, maar deze feestnicht was de afgelopen dagen niet weg te slaan uit gelegenheden, waar de massa moest worden vermaakt op herrie die in de verste verte wel iets lijkt op zingen.
Hoe zal het zijn in Noord-Korea? Zullen daar ook Aziatisch gevormde Gordons zijn die de massa vermaken, nu het andere grote festijn eindelijk is afgelopen? Ik meende dat de ene Kim nog maar net was bijgezet in het mausoleum, en nu al weer zijn opvolger aan de beurt was voor een triomfantelijke tocht door de besneeuwde straten van de hoofdstad. Jammer alleen dat de Grote Leider helemaal niets meer meekreeg van de festiviteiten, alhoewel een aantal bovennatuurlijke verschijnselen iets anders suggereren. Wat deden al die eksters in de bomen voor het presidentieel paleis? En moest de sneeuw niet worden uitgelegd als witte tranen van de hemel?
Je hoopt van harte op een laatste (hemels) oordeel voor dictators van zijn statuur. Dikke volgevreten pens, terwijl landgenoten stierven van de honger. Wat mij vooral opviel aan zijn opvolger, zoon Kim de zoveelste, was de enorme buik die ondanks zijn jeugdige postuur niet schuil kon gaan achter een glimmend kostuum.
Misschien kent u het mopje wel van de twee gestorvenen die op de hemelpoort kloppen met het verzoek te mogen binnenkomen. De een, een blanke bakker, moest van Petrus het woord ‘fuik’ achterstevoren zeggen om toegelaten te worden. Simpel. De ander (een getinte schoenmaker- het was een racistisch mopje) kreeg een andere opdracht: Tsjecho Slowakije in omgekeerde volgorde. De bolle dode dictator wens je toch van harte het laatste toe met een eeuwige barbecue in het vagevuur als premie.
De lege leuzen van het communisme hebben van Noord-Koreanen dode zielen gemaakt. Misschien verklaar je daarmee enigszins de hysterische taferelen die zich afspeelden in de straten van Pyongyang bij het passeren van de rouwstoet. Gretig geregistreerd door cameralieden van de staatsomroep die je op sommige beelden zag rondspringen, alsof er sprake was van een carnavalsoptocht. En waar de camera’s bleven rusten, zag je schreeuwende Noord-Koreanen, schijnbaar overmand door ondraaglijk verdriet. Maar als je iets verder keek, zag je ook de lege blikken in de ogen van levende doden, of dode levenden. Godverdomme.
Leugens tot in de dood. Je moet wel over weinig empathie beschikken om geen medelijden te voelen voor een volk dat zich verplicht voedt met politieke leuzen. Hoe lang nog? Mijn hoogbejaarde grootmoeder schudt mismoedig het hoofd, als ik haar de vraag voorleg. Ze heeft nu hele andere dingen aan het hoofd, belangrijkere dingen vindt ze zelf. Hoe maak je het beste een twitteraccount aan, en hoe word je even populair als Femke? Is haar zorg over Noord-Korea even groot als die om Jolanda?

KEES KOOMAN

Tweede kerstdag 2011:

Verse aambeien
met slagroom



‘Schreeuw niet zo’, roept de vrouw des huizes, als ik tevergeefs een haas in doodsnood wil redden van de jagerskogel. Wanneer ik door emoties overmand word, slaat mijn stem (toch al niet van basniveau) over. ‘Zo bereik je precies het tegenovergestelde’, zegt mijn alter ego later als de vijf jagers wegsjokken, de moordwapens achteloos over schouders gedrapeerd. Een van de helden draagt het levenloze lijfje van het dier.
Over een paar uur zitten deze ‘sportlieden’ in de kerk, want het is kerstavond en God is groot in de contreien van het Lauwersmeergebied. Ik ben woedend, vooral om mezelf, dat ik de jagers veel te laat in de gaten heb gehad, om te doen wat ik normaal zou doen: snel aan een wandeling beginnen op het jachtterrein in mijn achtertuin. Het is een uitstekende remedie om jagersrituelen te verstoren, zo weet ik uit eigen ervaring. De ‘sportlieden’ zijn als de dood om tweevoeters te raken bij het uitoefenen van hun dodelijke hobby. Ze zullen vloekend afdruipen en op zoek gaan naar alternatief jachtgebied, waar gekken zoals ik (want zo zien zij mij) ontbreken. Wist u trouwens dat het in Frankrijk verboden is te jagen binnen een straal van 250 meter van een woning?
Ik uit mijn woede, met terugwerkende kracht, op de jagers en wens hen (met overslaande stem) het aller slechtste toe in bewoordingen die ik niet graag wil herhalen op deze plek. Een paar minuten later besluit ik hun kentekens te noteren, want hebben ze eigenlijk wel een jachtvergunning en mogen hazen eind december nog wel doodgeschoten worden? In de achtervolging stuit ik op twee man, van wie een het levenloze lijfje draagt en besluit de vraag te stellen die ertoe doet in deze dagen: ‘Houdt u van doden?’ Misschien is mijn waarnemingsvermogen op dit moment enigszins vertroebeld, maar ik vind hun gezichten afstotend lelijk. Gemeen, of mogelijk is pervers een beter woord. Ik meen in hun ogen een doodse blik te ontwaren.
Ik herhaal mijn vraag, en tot mijn verbazing antwoordt de jongste van de twee (die een jaar of 60 oud moet zijn): ‘Ja, dat vinden we leuk.’ Wat je ook van de ontboezeming kunt vinden, het is in ieder geval een stuk eerlijker dan de gebruikelijke dooddoener over natuurbeheer en het elimineren van de zwakke buitenbeentjes. Ik vraag vanzelfsprekend ook, of ze beschikken over een vergunning en of het seizoen eigenlijk niet voorbij is, ten gunste van de hazen. ‘We mogen nog een hele maand’, zegt de meest spraakzame van het duo glunderend. Een leugen, want na 31 december kunnen deze dieren opgelucht ademhalen.
‘Als u dan zo gek bent op het doodschieten van levende wezens, waarom richt u dan niet het vizier op mensen?, durf ik nu te vragen. Met zijn kleine, gemelijke oogjes, kijkt de jager mij verbouwereerd aan en zegt na een korte aarzeling: ‘In sommige gevallen zou ik dat inderdaad wel graag willen.’ Hij hoeft van mij niet uit te leggen, wie hij bedoelt. Ik vertel hem maar niet dat ik even heb overwogen hem tijdens het voorbijrijden met mijn ‘fourwheel’ te raken met mijn rechter achteruitkijkspiegel. Zo intens was mijn haat. Gelukkig kon ik me beheersen.
Ja, ik bekommer mij om alles dat weerloos is, en zou daar graag activist voor willen worden. Maar helpt het wel: wapens bestrijden met woorden? Hoe ontzettend ver we nog verwijderd zijn van een beschaving, waar ieder leven op de juiste wijze wordt gewogen, blijkt een dag later als ik het hoofdredactionele commentaar lees in een oude Elsevier. Meneer Joustra vraagt zich daarbij schriftelijk af, waarom Nederland zich na vele eeuwen plotseling druk maakt op een verbod van ritueel slachten. ‘Je hoeft dat vlees toch niet zelf te eten?’, aldus luidt zijn slotconclusie. Geen woord over dierenleed. Deze opiniemaker heeft dus geen enkel idee waarover het gaat.
Zijn kerstmaal heeft inmiddels waarschijnlijk de langste weg in zijn darmkanaal (gemiddelde lengte: 8 ½ meter) afgelegd. Ik wens hem als toetje verse aambeien met slagroom toe, want zoals u weet is het verorberen van vlees uitermate ongunstig voor een pijnloze stoelgang.

KEES KOOMAN

18 december 2011:

Lekker stukje vlees
uit uw eigen lijf



In het antropologisch museum van Mexico Stad kunt u met eigen ogen zien, hoe voorouders in naam van toenmalige goden vanzelfsprekend geachte offers brachten. Mensenbloed was daarbij zeer wenselijk en niemand die daarover klaagde. Want godsdienstvrijheid stond ook eeuwen geleden in hoog aanzien.
Ik weet niet, of u de lobby rond het door de Tweede Kamer gewenste verbod op ritueel slachten een beetje heeft gevolgd. Maar daarbij werd uit alle hoeken van de wereld gehamerd op de aantasting van godsdienstvrijheid. Ineens waren de trouwe volgers van de Thora en de Koran het hardgrondig eens. Er stond iets vreselijks te gebeuren in Nederland: verbod op ritueel (door een meerderheid van de volksvertegenwoordigers onnodig pijnlijk geacht) slachten. Hoeveel geld het zal hebben gekost om de Eerste Kamer op andere gedachten te brengen, is moeilijk te schatten. Maar ik denk aan miljoenen euro’s.
De religieuze lobby slaagde, zo lijkt het vooralsnog. De Eerste Kamer stak een stokje voor aanvaarding van het wetsontwerp. Ook staatssecretaris Bleker was om. Het was toch vreselijk dat de vrijheid van godsdienstuiting op de tocht was gezet op initiatief nota bene van de Partij van de Dieren. Waarom woog dat belang niet zwaarder dan de eventuele pijn van een willekeurig dier in het slachthuis?
Ik ben niet de eerste die het vaststelt, maar vooruit toch nog een keer deze prognose: in misschien wel verre toekomst zullen onze kindskinderen vol walging kennisnemen van onze zogenaamde beschaving, waarbij het opeten van onze niet sprekende soortgenoten normaal werd geacht. Net zoals nu bezoekers van het antropologisch museum in Mexico Stad (een schitterende en aan te bevelen ervaring) met ongeloof kijken naar de bewijzen van geslachte kinderen, toen in naam van een andere God. Hoe was het mogelijk dat mensen ooit zo bloeddorstig omgingen met levende wezens van vlees en bloed?
Het onderscheid tussen ‘diervriendelijk’ slachten, waarbij het volgens NRC gemiddeld al snel in twintig procent van de gevallen niet helemaal gaat zoals zou moeten, en de rituele variant is misschien niet eens zo groot. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee in naam van een God en een godsdienst, een niet sprekende soortgenoot het loodje moet leggen, vind ik vooral ‘zum kotzen’. Hier verwijs ik graag naar een uitspraak van bioloog en kattenvriend Midas Dekker, die mensen zonder aarzelen rangschikt onder de dieren. Eigenlijk vind ik zelf dat we de meeste dieren met die kwalificatie tekort doen.
De heiligverklaring van onze eigen verdorven soort bleek weer goed uit de ophef rondom een van de vele krankzinnige tv-programma’s waarbij de ene deelnemer een stukje vlees mocht eten uit het lijf van de andere deelnemer. En andersom. Naar mijn bescheiden mening een eerste poging om veel dierenleed te voorkomen, want de meeste tweevoeters lijken nu eenmaal niet zonder regelmatige nuttiging van een stukje vlees te kunnen. Waarom dan zoveel walging, als vrijwilligers hun eigen lichaam ter beschikking stellen van de stoofpot? In tegenstelling tot de miljoenen koeien, varkens, kippen, paarden en kalveren, kunnen ze hun deelname mondeling bevestigen. Dat heet vrijheid van meningsuiting.
Vrij recent las ik een brief van een krantenlezer die zich had geërgerd aan een opinie, waarbij de stelling werd verdedigd dat het met massaal slachten van dieren snel voorbij zou zijn, als de muren van de slachthuizen van glas zouden zijn. De hypocrisie in optima forma. Want het gaat hier natuurlijk juist om empathie. Krampachtig sluiten we massaal onze ogen om niet te moeten zien dat het paard van Anky van Grunsven zijn laatste stuiptrekkingen doormaakt, voordat hij in handzame stukjes belandt op het bord van de koningin en haar diervriendelijke landgenoten.
Wat is het verschil tussen een varken (meestal een stuk intelligenter dan veel huisdieren) dat krijsend de dood tegemoet gaat en het hondje waarvan u zo zielsveel bent gaan houden de laatste veertien jaar? Ik hoop dat de door u zo vakkundig gevulde kalkoen lekker smaakt. Gelukkig vleesvrij 2012!

KEES KOOMAN

11 december 2011:

De rijpe meloenen van
commissie De Wit



Het is mij door mijn Hervormde opvoeders met de paplepel ingegoten: pas op voor katholieken. Aflaten en zonde zijn nooit ver weg. En ja hoor, nu pas verneem ik dat voor paus Paulus II (1464-1471) het toppunt van genot eruit bestond toe te kijken hoe jongens werden gemarteld, terwijl hij zelf rijpe meloenen nuttigde. Ik moet vaak denken aan deze merkwaardige geschiedenis (vereeuwigd door John Julius Norwich in het boek ‘De pausen’) als ik hoofdpersonen zie plaatsnemen in de biechtstoel van commissie De Wit.
‘Nikkelen’ Neelie Kroes doet mij wel wat denken aan rijpe meloenen, maar ik weet niet eens of zij katholiek is. Het was verbazingwekkend om te zien en horen, hoeveel woorden zij nodig had om niets te zeggen. Hans Hoogervorst daarentegen kan ik me wel voorstellen als koorknaap. Hetzelfde geldt voor Gerrit Zalm, alhoewel ik me geen woord meer herinner van hem bij de wijze mannen en vrouwen die onderzoek doen naar het ontstaan van de kredietcrisis en het Nederlandse aandeel daarin. Wat ik wel zo goed als zeker weet, is dat de echte aap pas over vele jaren uit de mouw zal komen. Hopelijk hoeven nieuwsgierige lezers niet zo lang te wachten als bij de ontmaskering van Paulus II.
Je vraagt je hardop af, waarom het tot maart 2012 moet duren voordat de onderzoekscommissie de slotconclusie publiceert, terwijl we precies weten hoe die zal luiden. Niemand in Nederland heeft de wereldwijde crisis werkelijk zien aankomen en nog minder experts hoeven zich de rampen persoonlijk aan te trekken. Alle toezichthouders en politiek verantwoordelijken mogen hun handen in onschuld wassen. Over de eventuele financiële gevolgen van de crisis, waarover gruwelijke scenario’s de ronde doen, hoeven zij zich geen zorgen te maken. Een eventueel verlies van tien of twintig procent op hun inkomen zal niets afdoen aan hun levensstandaard. Neelie koopt gewoon een keer een mantelpakje bij C&A.
De vragen die er werkelijk toededen, werden niet gesteld. Waarom, meneer Wellink, heeft de Nederlandse Bank geen stokje gestoken voor alle woekerproducten die de afgelopen decennia door banken en verzekeraars werden ‘verzonnen’ om de winstmarges zo hoog mogelijk op te voeren? De schade voor de argeloze consument wordt door experts geschat ‘ergens tussen’ de veertig en tachtig miljard euro, komende tien jaar te ‘verzilveren’.
Waarom toch Gerrit Zalm wist u bijna twintig jaar geleden als verantwoordelijke minister van Financiën zo zeker dat marktwerking en concurrentie de misbaksels automatisch zou elimineren. Van hogerhand ingrijpen was niet nodig. En u meneer Hoogervorst roept anno 2011 wel dat het hoogste tijd is om de hypotheekrenteaftrek (deels) af te schaffen. Maar was u destijds als verantwoordelijk minister niet juist een fel pleitbezorger van de fiscale aftrekpost?
De weg naar de kredietcrisis die voor veel modale burgers misschien wel leidt naar de afgrond, is geplaveid door kwartiermakers als Ronald Reagan, Margaret Thatcher, Alan Greenspan en Milton Friedman, Nobelprijswinnaar economie in 1976. Zonder te twijfelen geloofden zij in de blijde boodschap van de vrije markt. De overheid mocht zich nergens mee bemoeien. Wie een strobreed in de weg stond, werd nog net niet letterlijk vermoord (zoals tijdens de Chileens junta gebeurde), maar toch wel minstens monddood gemaakt. Slaafse volgelingen als Gerrit Zalm, Docters van Leeuwen, Hans Hoogervorst en Nout Wellink, keken applaudisserend toe.
Zij zworen biechtvader De Wit in 2011 de waarheid te vertellen en niets dan de waarheid. De ‘bekentenissen’ zullen in maart 2012 ongetwijfeld leiden tot een indrukwekkend dik rapport en even indrukwekkend grote koppen op voorpagina’s. Er zal veel worden nagepraat bij Pauw & Witteman. Daar durf ik mijn Panamahoed om te verwedden.
Maar veel benieuwder ben ik naar het oordeel dat ooit door de geschiedenis zal worden geveld, een oordeel ontdaan van alle eigenbelang van de financiële biechtelingen en waan van de dag. Ik vrees dat ‘Jan Modaal’ daarbij symbolisch de rol zal krijgen toebedeeld van de getormenteerde jongens, aan wie paus Paulus II zich ruim vijf eeuwen geleden verlustigde.

KEES KOOMAN


4 december 2011:

Lang leve
de dood!



De loting van de Europese voetbalkampioenschappen (mannen), live uitgezonden op Nederland 1, werd opgeluisterd door dansende Kozakken. Niet bijzonder origineel en ik durf vanaf deze mooie plek in Ee een voorspelling de grote, wijde wereld in te sturen over de teneur van de verslaggeving op weg naar het toernooi. Ik gok (zonder de ochtendkranten op zaterdag te hebben ingezien) op tenminste: ‘Poule des doods.’
Op de sportpagina’s speelt Magere Hein een belangrijke rol, waar het gaat om vergelijkingen in het onzekere bestaan van succes. Om te kunnen winnen, moet je als bijvoorbeeld zwemmer of atleet van iedereen winnen. Bij teamsporten komt ook geluk (van een groepsloting) om de hoek kijken. Vanaf heden tot aan het eerste fluitsignaal in Polen en Oekraïne komende zomer zullen de vele experts in vele praatprogramma’s hun expertise, wel of niet gevraagd, delen met vele voetbalfans over de ongelooflijk ongunstige loting. Johan Cruijff, het nationale orakel, zal er ongetwijfeld ook iets over mogen zeggen.
Waarom veranderen op het eerste gezicht verstandige mensen in idioten, als volkssport nummer één ter sprake komt? Minstens drie keer tuimelde ik afgelopen weken van verbazing van mijn comfortabele tv-fauteuil, toen wat ik de affaire Van Gaal-Cruijff wil noemen alle grote wereldproblemen in Nederland naar de achtergrond verdreef. Niemand leek te begrijpen, waar het werkelijk om ging en dat was natuurlijk het moeilijk te volgen spel om de macht. Cruijff, zoals vele iconen kritiekloos tot halfgod benoemd, maakt er even grenzeloos als handig misbruik van. Het betreft winnaars die weigeren te verliezen. Ik heb hetzelfde aan den lijve mogen ondervinden (tijdens het schrijven van de biografie over hem) bij een andere halfgod uit de sportwereld: Anton Geesink. Ik ben er vrijwel zeker van dat de overleden judoka ook in het hiernamaals alle geesten naar zijn pijpen laat dansen.
De reeds bij leven onsterfelijke verklaarde godenzonen wordt het ook wel erg gemakkelijk gemaakt door de meeste media. Wie hardop durft te zeggen dat het verbale wapengekletter bij Ajax alleen maar het gevolg is van ordinair machtsspel kan rekenen op een ritje op de strontkar. Voor mij was het bijna vanzelfsprekend dat de Raad van Commissarissen juist zonder Cruijff te raadplegen had besloten tot benoeming van zijn aartsvijand en bijna net zo eigenwijs, de kwartgod Van Gaal. De opvolgster van Clairy Polak die uitblinkt in het stellen van domme vragen raakte er maar niet over uitgepraat: waarom toch in godsnaam was Cruijff niet gehoord? Waarom? Daarom! We zullen er de komende maanden mee worden doodgegooid: poule des doods. Let maar eens op. Aan de originaliteit van de boodschappers, waakhonden van de vrije meningsuiting zal het niet liggen.
Over dood gesproken: eindelijk heeft de financiële waakhond (AFM) zich uitgesproken over misleidende praatjes van verkopers van begrafenispolissen. Wie een klein beetje thuis is in verzekeringsland wist dat het moest gebeuren. Er zijn maar twee partijen werkelijk gebaat bij deze ‘producten’: verzekeraars en de tussenpersonen die ze verkopen. De financiële ‘adviseurs’ hebben zich als bloedhonden, nu het vrijwel onmogelijk is geworden snel rijk te worden met het aansmeren van de voorheen gangbare andere woekerpolissen, gestort op deze windhandel. Op zalvende toon worden enorme kapitalen verdiend. Lang leve de dood! Inderdaad pure woekerpolissen in naam van de dood. Hele families worden ermee opgezadeld. Wie wil toch zijn of haar nabestaanden lastigvallen met de kosten van begrafenis of crematie?
De slimme colporteurs die zich adviseur noemen, verdienen in één klap een paar duizend euro (aan provisie), terwijl u of zeker uw kinderen er ‘straks’ zeker van kunnen zijn postuum veel geld te moeten toeleggen op een fatsoenlijke uitvaart. Na een jaar of vijftig premie te hebben gegooid in de gapende muil van de verzekeraars. Laat u zich niet bedotten, sluit nooit een begrafenispolis af, maar zet de premie (die zo laag lijkt) op een internetspaarrekening en wees verzekerd van een mooi schuldloos einde. Dood en toch voldoende gladiolen, wie wil dat niet? Maar eerst verheugen wij ons allen op de poule des doods.

KEES KOOMAN


19 november 2011:

Een-vier-vier
redt een dier



Op de cover van een loopblad (nooit ’renblad’ zeggen) las ik tot mijn ontzetting: JE IDEALE SLACHTRITUEEL. Met koeien van letters. Ik schrok me een ongeluk en ging snel een stukje hardlopen om de klap te verwerken.
Alles is mogelijk in Nederland, waar het de rol van dieren aangaat. Megastallen rijzen als paddenstoelen uit de grond, alsof het altijd herfst is. En dat is het op dit moment ook met de Eurocrisis die op stormachtige wijze pensioenen en andere sociaal/economische zekerheden omver dreigt te blazen. Alleen de eetbare dieren worden in steeds grotere getalen op elkaar gestapeld om op een dag te belanden op het bord van onze hare majesteit, niet alleen liefhebber van jagen maar ook het nuttigen van de prooi. Niet doorbakken alstublieft, zodat er nog wat bloed uit de mondhoeken kan druipen. De financiële malaise gaat geheel voorbij aan de verfijnde keuken.
Misschien een wat vreemde vergelijking: megastallen en de jacht. Ik wil er alleen maar mee aangeven dat een dier zijn of haar leven niet zeker is in het land, waar de VOC-mentaliteit op dictatoriale wijze regeert. Deze stelling kan gemakkelijk worden afgelezen uit de nieuwe natuurwet die het zo zakelijk ingestelde kabinet door het parlement wil jagen. De kernzin in het conceptplan spreekt boekdelen: ‘Verstoring van vogels is alleen nog verboden als het ‘van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.’ Doet u mij nog maar een stukje Pekingeend alstublieft.
Wat ik het meest vreemde vind in de discussie over welke dieren nu wel of niet schadelijk zijn, welke wel of niet mogen worden ‘bejaagd’ is de afweging die bij het menselijke soort discriminatie zou worden genoemd. Met veel ophef en boosaardig commentaar tot gevolg. Ik zie geen enkel verschil tussen de gans, met een juichkreet uit de lucht geknald, en het hondje dat de buit binnen moet halen. Ik rem, als het moet, net zo hard voor een overstekend viervoetertje als een merel die per ongeluk de weg met mijn four wheel kruist.
Alleen al het feit dat natuurbeheer op ministerieel niveau valt onder Economische Zaken is in velerlei betekenis dodelijk voor de natuur en de dieren die helaas geen inspraak hebben. Ik weet niet of de verantwoordelijke staatssecretaris zich thuis blijmoedig laat begroeten door een troeteldier. Maar ik weet wel zeker dat een selectieve manier van denken ‘van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van zijn desbetreffende soort.’ Ongetwijfeld katholiek of in ieder geval heilig geloof in een mensvriendelijk hiernamaals, en zo durft hij zichzelf toch weer iedere ochtend aan te kijken in de scheerspiegel.
Van zeer nabij zie ik de noodlottige gevolgen van de economische wetten die letterlijk het recht van de zwakkere platwalsen. Altijd. Een boer, wiens bloed ik wel kan drinken, maait bijna ieder jaar alle nesten plat van de weidevogels die het hebben aangedurfd om zijn grond te verkiezen tot broedplaats. Jonge vogels, nog te jong om te vluchten, worden vermorzeld door zijn messen, terwijl de ouders – paniekkreten slakend – een veilig heenkomen zoeken. God wikt, maar de boosaardige boer beschikt.
Als meneer Bleker en zijn dubbelhartige ministerie het mogen zeggen, worden vanaf 2012 ook o.a. kolganzen, grauwe ganzen, smienten vogelvrij verklaard en kunnen jagers nog meer hun hart ophalen met hun gelegaliseerde en bloeddorstige hobby. Ze dragen niet voor niets speciale hoofddeksels waarop het veertje niet mag ontbreken, de alternatieve pluim van oorlogszuchtig mensensoort.
Kom excellentie Bleker eens een kijkje nemen in het Lauwersmeergebied als zwermen kolganzen waarvan het merendeel in de gehele wereld Nederland heeft uitverkoren tot overwinteringsgebied de hemel verduisteren. Met hun roep die veel lijkt op een klaaglied en zelfs ijskoude harten doet smelten. Maak er desnoods een toeristische attractie van, als het vullen van portemonnees door u belangrijker wordt gevonden dan het leven van een dierensoort. Neem uw mobiele telefoon mee voor noodgevallen. U weet het nummer wel: één-vier-vier, redt een dier.
P.S. De kop in het loopblad had ik verkeerd gelezen. Er stond: je ideale ritueel. Ik kwam erachter na een stukje hardlopen. Nooit ‘rennen’ zeggen, laat staan schrijven.

KEES KOOMAN

30 oktober 2011:

Kijk uit met
digitaal tjilpen



Mag ik u vragen: kwettert u ook? Heavy users verzekeren mij dat het ontzettend handig is: twitterberichten de wereld insturen. Het klinkt een stuk volwassener: twitteren. Maar de letterlijke vertaling uit het Engels (tjilpen of kwetteren) dekt volgens een klein wetenschappelijk onderzoek, door mijzelf verricht, in de meeste gevallen de lading veel beter.
Op weg van A naar B in Amsterdam viel mij onlangs hevige opwinding op onder de buspassagiers. Zij keken ongerust naar hun talisman, bij wat bij nadere bestudering een Black Berry bleek te zijn, meestal zwart van kleur. Waren er weer vliegtuigen geland in hoge torens, vloog de AEX uit de bocht? Het was erger, zo vertelde een van de overwegend piepjonge heavy users mij. Er was een (achteraf wereldwijde) storing die hun minicomputers veranderde in een weliswaar handzaam maar nutteloos apparaat! Wat moesten ze nu in godsnaam beginnen tijdens de reis die toch minimaal tien minuten in beslag zou nemen? Ik las paniek op de gezichten, meestal in het teken van stil chagrijn, de gebruikelijke lichaamstaal in het Amsterdamse openbaar vervoer.
Hoeveel uren zullen dagelijks verloren gaan in het verzenden van nutteloze, hoe kort dan ook, digitale boodschappen? Van headhunters heb ik begrepen dat je kansloos bent als professional, in welk beroep dan ook, zonder een forse groep kwetterende volgers. Bijna nog belangrijker dan een universitaire opleiding of een indrukwekkend CV. Het aantal kwetteraars zegt heel veel over je marktwaarde, hoe oppervlakkig de boodschappen dan ook zijn. Maar kenners voorspellen dat dit de toekomst is. Het zal volgens deze experts niet lang duren: boeken in de vorm van een twitterbericht. Wie neemt het voortouw?
Digitaal imago is dus goud waard. Anders dan Maarten ’t Hart, schrijver van de oude stempel en bestsellers vertrouw ik (eenvoudige letterknecht) niet alleen op de postduif, waar het gaat om het versturen van belangrijke boodschappen. Je hoeft mij echt niet meer uit te leggen, hoe snel je per SMS in contact kunt komen met personen. Als de nood het hoogst is, is de mobiele telefoon nabij. Mooi voorbeeld uit de weerbarstige praktijk was mijn eerste bezoek aan Paul Quekel, een voormalige directeur die al zijn miljoenen in rook zag opgaan dankzij ‘beleggingsdeskundigen’ van Delta Lloyd. Woekerpolissen van het ergste soort. De man ging op een dag volledig door het lint, stak zijn kapitale villa in de fik, inclusief zichzelf en zijn toenmalige echtgenote.
Hij zit nu gevangenisstraf uit in de zwaarbewaakte penitentiaire inrichting van Vught, waar ik hem samen met zijn bewindvoerder Leo Dorrestijn op een dag mocht bezoeken. Tot onze verbazing die al snel veranderde in verbijstering werden wij de eerste keer niet toegelaten. Met zijn handige smartphone legde mijn ‘partner in crime’ razendsnel contact met één van zijn kennissen Rita Verdonk, die als (o.a.) voormalig gevangenisdirecteur verondersteld werd over goede contacten te beschikken om de omissie ter plekke te corrigeren. Tevergeefs, zodat mijn reis uit het verre Friesland ook vergeefse moeite was geweest.
Pas bij een recent bezoek aan Vught vertelde Quekel me dat mijn eerste kennismaking met de gevangenis binnen de hoge muren mythologische vormen had aangenomen. Onder het personeel zou het verhaal de ronde doen dat wij (de bewindvoerder en ik) destijds zoveel stennis hadden geschopt dat de vier meest gespierde cipiers uit het Huis van Bewaring eraan te pas moesten komen om ons, spartelend en wild om ons heen schoppend buiten de poorten te bezorgen. Misschien verbeeld ik het me, maar de beveiligers keken me bij latere visites wel met een zeker respect aan. Want hier, binnen de gevangenismuren, heerst dictatoriaal het recht van de sterkste.
Moraal van dit verhaal: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel, want u gelooft toch zeker niet dat ik me behalve verbaal (keurig netjes), fysiek zou hebben verzet? Het valt niet te voorkomen: van muggen worden overal ter wereld olifanten gemaakt. De enorme vlucht van digitaal tjilpen zal het waarheidsgehalte van veel boodschappen niet bevorderen. Vanuit mijn eigen digitale ivoren toren beloof ik u plechtig dat ik me er nooit aan zal bezondigen.

KEES KOOMAN

23 oktober 2011:

Laat u toch gerust een
wind of een boer



De Rapaljepartij was een politieke groepering die in het begin van de vorige eeuw het parlementaire stelsel belachelijk probeerde temaken door kandidaten ‘van bedenkelijk allooi’ verkiesbaar te stellen. U begrijpt: ik denk onmiddellijk aan een Limburger met bedenkelijk haar. Zal hij in het uiterste geval het volk ook zo ver kunnen krijgen, zoals we afgelopen week tot in het kleinste detail te zien kregen van het ooit zo vertrouwde NOS Journaal?
Rapaille, tuig van de richel, gepeupel, schorem, uitvaagsel, samenraapsel. Stuk voor stuk benamingen van burgers die het niet zo nauw nemen met de goede zeden, het liefste rotzooi schoppen, en niet terugschrikken voor een openbare terechtstelling. In woord of gebaar. Zo werden de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in de zeventiende eeuw nabij het Binnenhof aan stukken gescheurd door Haags rapaille, ik heb een sterke voorkeur voor dit zelfstandig naamwoord. Rapaille is rot in het kwadraat, laat onophoudelijk scheten of boeren, zegt en doet dingen zonder een seconde na te denken. Achteraf bleek de toenmalige stadhouder Willem III waarschijnlijk een hand te hebben gehad in de openbare executie van de intellectuele broers. Wie het sein gaf om in 1672 de harten te snijden uit de verminkte lichamen van de gebroeders is tot op de dag van vandaag onbekend.
 
Ik ga de naam niet noemen van de snoeshaan uit Limburg, omdat die al veel te vaak genoemd wordt. En ik zal ook niet beweren dat hijaanzet tot moord, want dan word ik misschien nog wel eens op een dag in stukken gesneden op het Binnenhof. Maar ik durf wel te beweren dat hij een exponent is van de razendsnel om zich heen grijpende verpaupering. Middelmaat verheven tot maat. Toe, zeg maar wat je denkt en laat intussen rustig een scheet of een boer. Als we maar gewoon blijven en tot diep in onze ziel laten kijken. Huilen? Geen enkel probleem. Los laten! Alle zorgen benoemen, gooi het er maar uit.
Maar toch was het een schok te moeten zien dat ook het zo conservatieve Journaal, bijna te braaf voor woorden, ook alles wilde laten zien op die verschrikkelijke oktoberavond. Ik wendde ogenblikkelijk mijn hoofd af, toen de krijsende Khadaffi in beeld kwam, gevallen tiran. Ontzettend stom natuurlijk om de held te blijven uithangen, terwijl de meerderheid van je volk je haat (in veel gevallen om goede redenen) en je graag om zeep wilt hebben. Je wist onmiddellijk wat er gebeurde zonder te zien. De kolonel werd standrechtelijk geëxecuteerd, zonder pardon. Nog net niet aan stukken gescheurd. Nog net niet het vaderlandslievende hart uit de borstkast verwijderd.
 
Ik behoor niet tot de kijkers die het een genot vinden om te zien, hoe een dier door zijn achtervolger(s) bij de strot wordt gegrepen engedood. Op een slachterij ben ik nog nooit geweest, en ik zal er nooit komen. Ik probeer met zoveel mogelijk overtuiging vegetariër te zijn. Ik heb de executie van Saddam Hoessein niet gezien, alhoewel ik overtuigd ben van zijn slechtheid. En zo keek ik ook een andere kant op, terwijl de NOS in zoemde op het bloedende hoofd van kolonel Khadaffi, van wie ik later wel het bijna naakte lijf zag, kwetsbaar zonder die rare kostuums of lappenpartijen waarmee hij wereldberoemd was geworden. Met fototoestellen in de aanslag ging het rapaille lachend en onbekommerd ook nog even ‘een lijkje pikken’ in de koelcel, waar hij lag opgebaard. Zoals ik vroeger met mijn moeder weleens onbekommerd een ’boulevardje pikte’ in Scheveningen.
 
Maar het nieuwe regime zei doodleuk dat Khadaffi was omgekomen bij een vuurgevecht, en de NOS had het na de openbare terechtstelling voornamelijk over de grote blijdschap, ‘nu Libië eindelijk bevrijd was’. Je hoeft niet eens journalistiek te hebben gestudeerd om te weten dat deze bewering een gotspe is. De ene rapaljepartij heeft alleen maar plaats moeten maken voor de andere. Beschaafde burgers zullen moeten blijven vrezen voor hun leven.
Het geldt, gelukkig in meer symbolische zin, ook voor een land waar onbegrensd ouwehoeren over voetbal wordt beschouwd als het mooiste en beste wat de vaderlandse televisie in 2011 heeft voortgebracht. Bij Voetbal International worden dan niet letterlijk boeren en winden gelaten, maar toch minstens wel verbaal. Lullen over niets. Voorwaar ik zeg u: de beschaving is verder weg dan ooit.
 
KEES KOOMAN


Motormonsters
in Havana



Wie voorstander is van ‘meer blauw’ op straat moet eens gaan kijken in de straten van Havana, waar soms meer agenten rondlopen dan er burgers zijn. Toeristen, koningen in Cuba, hebben geen last van deze ‘voorkeursbehandeling’. Autochtone bewoners des temeer. Op alle momenten van de dag moeten zij zich identificeren. Soms leidt de visitatie tot hilariteit, als blijkt dat de Cubaan een buitenlander blijkt te zijn. Pardon, excuses, neemt u mij niet kwalijk!
Heel vaak vragen vrienden mij, of ze niet snel een reisje moeten boeken naar het Caraïbisch eiland. Want zo merken zij daarbij meestal op: we willen zo graag de authentieke sfeer proeven, voordat het erfgoed van Fidel Castro wordt opgeslokt door de tijdgeest. Ik antwoord dan meestal dat ze vooral moeten doen wat ze niet kunnen laten, maar dat haast niet is geboden. Volgens mij haalt Castro gemakkelijk het jaar 2020, misschien niet in levende lijve. Maar het geldt zeker voor het door hem ontwikkelde systeem dat zoals in alle nog bestaande dictaturen op de wereld voornamelijk stoelt op repressie.
Hoewel nog steeds door de meest wanhopige Cubanen pogingen worden gedaan om (meestal in wrakke vaartuigen) de ongeveer 150 kilometer te overbruggen die het eiland scheiden van ‘walhalla’ Florida, is het andersom vrijwel onmogelijk de landsgrenzen ongemoeid te passeren. Bagage wordt gescreend, alsof je op Europese luchthavens heel gemakkelijk een wapen zou kunnen verbergen in je koffer. Het wantrouwen in buitenlanders is groot, maar de nood om deviezen te genereren, weegt in dit geval zwaarder. Het is simpel: de import van ‘vijandige’ smokkelwaar is vrijwel onmogelijk.
Maar het wantrouwen in de eigen bewoners is zo mogelijk nog groter. Vandaar het onmogelijk grote leger van politieagenten, waarvan de aanvoer (in tegenstelling tot het gewone openbaar vervoer) keurig netjes is geregeld. Het transport vindt plaats vanuit de kazernes, waar de meesten zijn gelegerd. Keurige halfopen vrachtwagens, keurige kostuums en keurige hoofddeksels, een soort alpinopet. Voorbijgangers kijken de colonnes met zichtbare weerzin na. Dit is zeker: de politie is hier niet je beste vriend.
Wat ook heel opvallend is aan deze wetsdienaren: het lijken allemaal wel broertjes van elkaar. Over het algemeen zijn ze klein, jong, iel en beschikken ze over een licht tot donker getinte huidskleur. Volgens mijn Cubaanse vrienden zijn ze voor het grootste deel afkomstig uit de omgeving van Santiago de Cuba, na Havana de grootste plaats, maar wel gelegen in de uiterste punt van het eiland in de zon, op bijna duizend kilometer afstand. Hier zou sprake zijn van een uiterst bewuste selectie, al was het alleen om problemen met stadsgenoten zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Je kunt moeilijk je broer of moeder in de boeien slaan, alleen omdat hij of zij identiteitspapieren thuis heeft laten liggen.
Het meest gehaat zijn de motoragenten, los caballittos, de heertjes. Ze zien er op hun indrukwekkend grote en glanzende voertuigen, uit om door een ringetje te halen. Maar in gedrag je reinste despoten, alleen maar uit op de inhoud van je portemonnee, als ik sommige weggebruikers moet geloven. Iedereen in bezit van eigen vervoermiddel is hier immers bevoorrecht. Daar valt iets extra’s te halen, terwijl de handhavers van de orde al minstens twee keer zoveel verdienen als professoren en artsen. Schoften zijn het.
Eens op een dag moet de prijs van de willekeur worden uitbetaald. Belangrijkste vraag daarbij is of de liefde voor het land zal kunnen winnen van de haat, gezaaid door zoveel jaren van onderdrukking? Ik heb mijn twijfels, maar hoop op de invloed van het onderwijs waarvan de kwaliteit gunstig afsteekt bij de meeste omliggende ontwikkelingslanden. Het geruststellende lied van de eeuwige branding kan mij niet meer tot ontspanning brengen. Ik haat dit land, evenzeer als ik het liefheb. Maar nu moet ik naar huis, terug naar de polder, waar de consensus op dictatoriale wijze regeert. Mijn handige rolkoffertje lacht me toe.

KEES KOOMAN


meer columns



Kees Kooman • Tibsterwei 15 • 9131 EH Ee • info@keeskooman.nl