23 oktober 2011:
Laat u toch gerust een wind of een boer
De Rapaljepartij was een politieke groepering die in het begin van de vorige eeuw het parlementaire stelsel belachelijk probeerde temaken door kandidaten ‘van bedenkelijk allooi’ verkiesbaar te stellen. U begrijpt: ik denk onmiddellijk aan een Limburger met bedenkelijk haar. Zal hij in het uiterste geval het volk ook zo ver kunnen krijgen, zoals we afgelopen week tot in het kleinste detail te zien kregen van het ooit zo vertrouwde NOS Journaal? Rapaille, tuig van de richel, gepeupel, schorem, uitvaagsel, samenraapsel. Stuk voor stuk benamingen van burgers die het niet zo nauw nemen met de goede zeden, het liefste rotzooi schoppen, en niet terugschrikken voor een openbare terechtstelling. In woord of gebaar. Zo werden de gebroeders Johan en Cornelis de Witt in de zeventiende eeuw nabij het Binnenhof aan stukken gescheurd door Haags rapaille, ik heb een sterke voorkeur voor dit zelfstandig naamwoord. Rapaille is rot in het kwadraat, laat onophoudelijk scheten of boeren, zegt en doet dingen zonder een seconde na te denken. Achteraf bleek de toenmalige stadhouder Willem III waarschijnlijk een hand te hebben gehad in de openbare executie van de intellectuele broers. Wie het sein gaf om in 1672 de harten te snijden uit de verminkte lichamen van de gebroeders is tot op de dag van vandaag onbekend. Ik ga de naam niet noemen van de snoeshaan uit Limburg, omdat die al veel te vaak genoemd wordt. En ik zal ook niet beweren dat hijaanzet tot moord, want dan word ik misschien nog wel eens op een dag in stukken gesneden op het Binnenhof. Maar ik durf wel te beweren dat hij een exponent is van de razendsnel om zich heen grijpende verpaupering. Middelmaat verheven tot maat. Toe, zeg maar wat je denkt en laat intussen rustig een scheet of een boer. Als we maar gewoon blijven en tot diep in onze ziel laten kijken. Huilen? Geen enkel probleem. Los laten! Alle zorgen benoemen, gooi het er maar uit. Maar toch was het een schok te moeten zien dat ook het zo conservatieve Journaal, bijna te braaf voor woorden, ook alles wilde laten zien op die verschrikkelijke oktoberavond. Ik wendde ogenblikkelijk mijn hoofd af, toen de krijsende Khadaffi in beeld kwam, gevallen tiran. Ontzettend stom natuurlijk om de held te blijven uithangen, terwijl de meerderheid van je volk je haat (in veel gevallen om goede redenen) en je graag om zeep wilt hebben. Je wist onmiddellijk wat er gebeurde zonder te zien. De kolonel werd standrechtelijk geëxecuteerd, zonder pardon. Nog net niet aan stukken gescheurd. Nog net niet het vaderlandslievende hart uit de borstkast verwijderd. Ik behoor niet tot de kijkers die het een genot vinden om te zien, hoe een dier door zijn achtervolger(s) bij de strot wordt gegrepen engedood. Op een slachterij ben ik nog nooit geweest, en ik zal er nooit komen. Ik probeer met zoveel mogelijk overtuiging vegetariër te zijn. Ik heb de executie van Saddam Hoessein niet gezien, alhoewel ik overtuigd ben van zijn slechtheid. En zo keek ik ook een andere kant op, terwijl de NOS in zoemde op het bloedende hoofd van kolonel Khadaffi, van wie ik later wel het bijna naakte lijf zag, kwetsbaar zonder die rare kostuums of lappenpartijen waarmee hij wereldberoemd was geworden. Met fototoestellen in de aanslag ging het rapaille lachend en onbekommerd ook nog even ‘een lijkje pikken’ in de koelcel, waar hij lag opgebaard. Zoals ik vroeger met mijn moeder weleens onbekommerd een ’boulevardje pikte’ in Scheveningen. Maar het nieuwe regime zei doodleuk dat Khadaffi was omgekomen bij een vuurgevecht, en de NOS had het na de openbare terechtstelling voornamelijk over de grote blijdschap, ‘nu Libië eindelijk bevrijd was’. Je hoeft niet eens journalistiek te hebben gestudeerd om te weten dat deze bewering een gotspe is. De ene rapaljepartij heeft alleen maar plaats moeten maken voor de andere. Beschaafde burgers zullen moeten blijven vrezen voor hun leven. Het geldt, gelukkig in meer symbolische zin, ook voor een land waar onbegrensd ouwehoeren over voetbal wordt beschouwd als het mooiste en beste wat de vaderlandse televisie in 2011 heeft voortgebracht. Bij Voetbal International worden dan niet letterlijk boeren en winden gelaten, maar toch minstens wel verbaal. Lullen over niets. Voorwaar ik zeg u: de beschaving is verder weg dan ooit. KEES KOOMAN
25 september 2011:
Motormonsters in Havana
Wie voorstander is van ‘meer blauw’ op straat moet eens gaan kijken in de straten van Havana, waar soms meer agenten rondlopen dan er burgers zijn. Toeristen, koningen in Cuba, hebben geen last van deze ‘voorkeursbehandeling’. Autochtone bewoners des temeer. Op alle momenten van de dag moeten zij zich identificeren. Soms leidt de visitatie tot hilariteit, als blijkt dat de Cubaan een buitenlander blijkt te zijn. Pardon, excuses, neemt u mij niet kwalijk! Heel vaak vragen vrienden mij, of ze niet snel een reisje moeten boeken naar het Caraïbisch eiland. Want zo merken zij daarbij meestal op: we willen zo graag de authentieke sfeer proeven, voordat het erfgoed van Fidel Castro wordt opgeslokt door de tijdgeest. Ik antwoord dan meestal dat ze vooral moeten doen wat ze niet kunnen laten, maar dat haast niet is geboden. Volgens mij haalt Castro gemakkelijk het jaar 2020, misschien niet in levende lijve. Maar het geldt zeker voor het door hem ontwikkelde systeem dat zoals in alle nog bestaande dictaturen op de wereld voornamelijk stoelt op repressie. Hoewel nog steeds door de meest wanhopige Cubanen pogingen worden gedaan om (meestal in wrakke vaartuigen) de ongeveer 150 kilometer te overbruggen die het eiland scheiden van ‘walhalla’ Florida, is het andersom vrijwel onmogelijk de landsgrenzen ongemoeid te passeren. Bagage wordt gescreend, alsof je op Europese luchthavens heel gemakkelijk een wapen zou kunnen verbergen in je koffer. Het wantrouwen in buitenlanders is groot, maar de nood om deviezen te genereren, weegt in dit geval zwaarder. Het is simpel: de import van ‘vijandige’ smokkelwaar is vrijwel onmogelijk. Maar het wantrouwen in de eigen bewoners is zo mogelijk nog groter. Vandaar het onmogelijk grote leger van politieagenten, waarvan de aanvoer (in tegenstelling tot het gewone openbaar vervoer) keurig netjes is geregeld. Het transport vindt plaats vanuit de kazernes, waar de meesten zijn gelegerd. Keurige halfopen vrachtwagens, keurige kostuums en keurige hoofddeksels, een soort alpinopet. Voorbijgangers kijken de colonnes met zichtbare weerzin na. Dit is zeker: de politie is hier niet je beste vriend. Wat ook heel opvallend is aan deze wetsdienaren: het lijken allemaal wel broertjes van elkaar. Over het algemeen zijn ze klein, jong, iel en beschikken ze over een licht tot donker getinte huidskleur. Volgens mijn Cubaanse vrienden zijn ze voor het grootste deel afkomstig uit de omgeving van Santiago de Cuba, na Havana de grootste plaats, maar wel gelegen in de uiterste punt van het eiland in de zon, op bijna duizend kilometer afstand. Hier zou sprake zijn van een uiterst bewuste selectie, al was het alleen om problemen met stadsgenoten zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Je kunt moeilijk je broer of moeder in de boeien slaan, alleen omdat hij of zij identiteitspapieren thuis heeft laten liggen. Het meest gehaat zijn de motoragenten, los caballittos, de heertjes. Ze zien er op hun indrukwekkend grote en glanzende voertuigen, uit om door een ringetje te halen. Maar in gedrag je reinste despoten, alleen maar uit op de inhoud van je portemonnee, als ik sommige weggebruikers moet geloven. Iedereen in bezit van eigen vervoermiddel is hier immers bevoorrecht. Daar valt iets extra’s te halen, terwijl de handhavers van de orde al minstens twee keer zoveel verdienen als professoren en artsen. Schoften zijn het. Eens op een dag moet de prijs van de willekeur worden uitbetaald. Belangrijkste vraag daarbij is of de liefde voor het land zal kunnen winnen van de haat, gezaaid door zoveel jaren van onderdrukking? Ik heb mijn twijfels, maar hoop op de invloed van het onderwijs waarvan de kwaliteit gunstig afsteekt bij de meeste omliggende ontwikkelingslanden. Het geruststellende lied van de eeuwige branding kan mij niet meer tot ontspanning brengen. Ik haat dit land, evenzeer als ik het liefheb. Maar nu moet ik naar huis, terug naar de polder, waar de consensus op dictatoriale wijze regeert. Mijn handige rolkoffertje lacht me toe.
KEES KOOMAN
Met iedereen heb je hier sjans
Vanaf een ligbed aan de rand van een kabbelende zee is het gemakkelijk denken en dus ook praten op papier. In Havanna is de eurocrisis ver weg, alhoewel, zo bedenk ik mij met een schok: zoals de ‘vrije’ burgers hier leven – dat zou weleens ons voorland kunnen zijn. Eureka! De meeste Cubanen moeten zien rond te komen van omgerekend ongeveer 25 dollar per maand. De Peso, nationale munteenheid, is niets waard en wat de op volle toeren draaiende propagandamachine ook beweert: medicijnen zijn niet gratis, althans de goedwerkende preparaten niet. Je hebt dollars nodig om ze te kunnen kopen. Tot mijn grote schrik toonde een burger geheel onverwacht op straat (met de vanzelfsprekendheid waarmee een goochelaar zijn konijn tevoorschijn tovert) zijn tot monsterlijke proporties gezwollen scrotum. Je moest wel kijken als verbouwereerde passant. Of ik alstublieft wat geld kon missen, dollars natuurlijk, maar euro’s waren ook welkom. Zodat hij de noodzakelijke medicijnen kon kopen. Zo snel als ik kon sloeg ik mijn ogen neer en een andere richting in op de Malecon, de kilometerlange boulevard. Een toeristische attractie op zich. Er zijn nog steeds toeristen te vinden die het economische stelsel, alleen terug te vinden op dit tropische eiland, even prachtig als voorbeeldig vinden. Luister toch eens naar de Salsa, zeggen ze, om hun enthousiasme te onderbouwen. Daarin klinkt toch alleen maar levensvreugde door? Wat leuk toch: je laten vervoeren in auto’s, bij elkaar gehouden door draden van touw en metaal, zo oud als je grootmoeder! Heb je wel de overvolle, vaak aftandse bussen gezien? Je moet toch blind zijn om niet te zien dat je op straat met iedereen sjans hebt. Prachtige meisjes en jongens die je uitkleden met hun ogen, terwijl je oude lijf alleen gehuld gaat in een veel te korte broek. Fidel Castro heeft zijn landgenoten ooit opgeroepen gras te leren eten. Om de wereld maar te laten zien dat de ware patriot die heilig gelooft in het socialisme, niet klein is te krijgen. Zelfs niet door honger. De lessen in overleven duren nu langer dan vijftig jaar. Intussen bloeide het kapitalisme in de meeste andere landen, maar zie: nu is het misschien wel handig voor die hebzuchtige consumenten om te weten, hoe weinig je nodig hebt behalve zon en mooie mensen in de buurt om een draaglijk leven te kunnen ‘lijden’. Zullen wij binnenkort in Europa ook onverantwoordelijk gezwollen ledematen moeten tonen aan voorbijgangers om medicijnen te kunnen bekostigen? De berichten die doordringen tot het door wijlen Harry Mulisch bezongen paradijs zijn alarmerend. Een Amerikaanse minister waarschuwde vanuit New York voor een heuse bankrun, u weet wel: tot monsterlijke proporties aanzwellende rijen consumenten die allemaal tegelijkertijd hun geld uit de muur willen trekken. Alleen het idee al leidt tot veel leedvermaak op het tropische eiland, waar de burgers al vijftig jaar lang niet anders gewend zijn dan geduldig wachten in onoverkomelijk lange vleeslinten. Ha, loontje komt om zijn boontje. Zal het waar zijn dat we kunnen fluiten naar onze met onnoemelijk veel geduld opgebouwde pensioenrechten en dat ze in het grote gat zijn verdwenen dat Verenigd Europa heet? Kan het kloppen dat onze huizen zo goed als waardeloos worden, net trouwens als de Euro? Moeten we net als destijds Duitsers na de Eerste Wereldoorlog een vuilniszak vol ‘waardepapier’ meenemen om een heel volkorenbruin te kunnen kopen? Als ik sommige Cubaanse experts moet geloven, staat het kapitalisme op de rand van een complete collaps. Hoe ze dat vinden? Hun lichaamstaal spreekt boekdelen. Het thuisfront meldt vandaag dat er in Nederland serieus onderzoek is gedaan naar de vraag of de ene politicus tegen de andere kan zeggen dat hij normaal moet doen. De meerderheid van de ondervraagden vond dat het niet kon. Ik vind het abnormaal om een enquête te besteden aan een dergelijk triviaal onderwerp. Bij een echte economische crisis waar overleven in de plaats komt van erop los leven, zou dat ondenkbaar zijn. Het is een troostrijke gedachte op mijn ligbed met uitzicht op zee. Ik besluit om voorlopig in Cuba te blijven.
KEES KOOMAN
17 sepember 2011:
Over opperopportunisten en de Gouden Koets
Als u dit leest, wentel ik mijn kapitalistisch geschoolde lijf, in Cubaanse zon. Wel altijd palmboom of parasol in de buurt, want u weet net zo goed als ik dat overdaad (en overmaat) schaadt. Ik moest Nederland ontvluchten vanwege overmatige frustratie, maar kon nog wel net het nieuws van een peperdure koninklijke website en de benoeming van opperopportunist Eurlings tot olympische vlam in mijn handige rolkoffertje steken. Ik wil mijn eigen digitale schatkamer natuurlijk niet vergelijken met die van het koninklijk huis. Jaarlijkse kosten 248 euro en 67 cent, BTW inbegrepen. Trouwe lezers en lezeressen worden daarvoor gratis regelmatig getrakteerd op originele, unieke en onafhankelijke meningen. Meestal nog mooi opgeschreven ook! Schone schijn ontbreekt en aan opportunistisch lobbyen doe ik ook al niet, vooral omdat ik niet goed weet hoe dat moet. Ik verkoop mezelf niet goed, of zeg eigenlijk maar: heel erg slecht. Zeg en doe altijd de verkeerde dingen op het verkeerde moment. Misschien moet ik daarvoor in de leer bij Camiel Eurlings, omhooggevallen Limburger, recent uitgeroepen tot boegbeeld van de lobbyisten die de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland moeten zien te halen. Voormalig topzwemmer Kees Vervoorn had de euvele moed (ik meen op Linkedin) een kritische zin te besteden aan de rare uitverkiezing. Voor zover ik weet (maar ik weet niet veel), was hij de enige die zich hardop durfde af te vragen waarom geen sportman, of –vrouw de olympische kar (die straks toch in de door een Saar Boerlage verzamelde modder blijft steken) mocht trekken. Nederland juichte vooral. Iedere betrokken wereldreiziger straks een gratis upgrade naar de businessclass. Die leuke, vrolijke Eurlings, toch! Vrij recent hoorde ik hem met jeugdig elan het grote belang verdedigen van gebruikt frituurvet als alternatief voor kerosine. Nederlandse huisvrouwen werd om bewaarzucht verzocht. Hij was zomaar van de een op de andere dag baas van de KLM en versterkte daarmee mijn wetenschappelijk onderbouwde stelling dat 99 procent van de politici alleen maar bezig is met netwerken. Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen het volk, maar vooral zichzelf. Graag geloof ik dat de politieke jaren met alle verplichte draaikonterij tropenjaren zijn. Maar de hoofdrolspelers hoeven zich later geen zorgen meer te maken over de gevolgen van pensioenakkoorden, of andere ingrijpende politieke beslissingen, die alleen het voetvolk treffen. Hier regeert tegelwijsheid met ijzeren vuist: wiens brood men eet, wiens taal men spreekt. Noem ze maar op: Zalm, Bos, Kok, Van Boxtel, De Waal, Docters van Leeuwen, Vermeend. Het betreft stuk voor stuk kameleons die naar behoeven de gewenste kleur aannemen die bij hun nieuwe omgeving hoort. Gemiddeld krijgen ze er toch snel drie ton per jaar voor, minstens tien keer Jan Modaal. Ik vraag me weleens af bij al deze aardsopportunisten: hoe zouden ze in tijden van schaarste reageren? Leveren ze in het ergste geval ook hun eigen lieve moedertje aan de vijand over? Ik zou er mijn hoed niet om durven verwedden. U verneemt deze bijzondere gedachten dus voor het luttele bedrag van 248 euro en 67 cent, nota bene door mijzelf te bekostigen. Maar het Koninklijk Huis, zo lees ik uit te vroeg verstrekte informatie van de Miljoenennota, krijgt 300.000 euro om digitale poppenkast in een eigentijdse jas, zeg maar jacquet, te steken. Ruim duizend keer het bedrag, waarvoor ik u gratis op het verkeerde been zet, te verrekenen met uw belastingaangifte. Je vraagt je zomaar af, of de webmaster misschien Camiel Eurlings heet, of Wouter Bos, dol op goedbetaalde schnabbels? Nog een reden temeer om het polderlandschap met spoed te verruilen voor een hotel even buiten Havanna met zwembad in zee om maar geen getuige te hoeven zijn van de triomftocht van een gouden koets, symbool van overmaat en overdaad. Zou ik ook in de verleiding kunnen komen om voorwerpen, bijvoorbeeld een waxinelichtje, naar het decadente voertuig te werpen, uiteraard alleen maar om het koninklijk imago te beschadigen? Ik weet het niet, ik weet het niet. Liever luister ik naar het geluid van brekende golven, die na een lange reis over wereldzeeën het eindpunt hebben bereikt. Pelikanen scheren laag over azuurblauw water. Elke golfslag brengt mij verder van huis. Hier wordt iedere negatieve gedachte stukgeslagen. Zal ik blijven?
KEES KOOMAN
7 september 2011:
Muzikale storm steekt op voor pechvogel Foekje
Er zou een film komen over Foekje Dillema, het Friese sprinttalent dat van de een op de andere dag van de aardbodem leek verdwenen. Een script waarin de hoofdrol was weggelegd voor rivale Fanny Blankers-Koen kreeg de voorkeur van subsidieverstrekkers. Of die film er ook echt komt, is zeer de vraag. Foekje werd vereeuwigd in de vorm van een muziekspektakel, het best te vergelijken met een opera. Vrijdag 9 september was de première, vanzelfsprekend op Friese bodem: Draaf Foekje, draaf! Het noodlot kan volhardend zijn en zeer persoonsgebonden. Je hebt zondagskinderen, zoals Fanny Blankers-Koen, schijnbaar voor het geluk geboren. En je hebt pechvogels die Foekje heten, tot in de dood achtervolgd door tegenslag. Want hoe was het mogelijk dat dieven het voorzien hadden op haar medailles, onlangs na een lange wereldreis uit Nieuw-Zeeland gearriveerd in het Friese terpdorp Kollum? Een familielid die in de waan verkeerde over een schat te beschikken, had de (metalen) huldeblijken meegenomen naar de andere kant van de aardbol. Ze zouden nu worden tentoongesteld tijdens de première van Draaf Foekje, draaf! Eindelijk gerechtigheid, postuum dan wel. De medailles werden afgelopen zomer gestolen in het huis van een vriendin die ze had willen poetsen tot ze werkelijk leken op onbetaalbare schatten. De dieven moeten zich even rijk hebben gerekend, maar weten inmiddels beter. Intrinsieke waarde hooguit een paar euro en inmiddels gedegradeerd tot afval. Weg, voor altijd weg? Maar de emotionele waarde is onschatbaar. Neef Foeke, die zich het meest bekommerde om de tragische levensloop van zijn tante, was ontdaan. Maar houdt zich groot, zoals het een trotse Fries betaamt en zoals het door zijn vader, een broer van Foekje, is geleerd. Een man mag niet huilen, ook al heeft hij verdriet. Wat had hij vaak achterop gezeten bij tante Foekje, een markante verschijning in Burum, dorpje op de grens van Groningen en Friesland. Brommertochten door de natuur, waarin zij troost had gezocht en gevonden. Om die noodlottige augustusdag van het jaar 1950 te vergeten, waarin ze door de atletiekbond (KNAU) verboden was om nog langer wedstrijden mee te doen bij de vrouwen. Een seksetest bij een Haagse gynaecoloog was voorafgegaan aan de beslissing die haar op een tochtig NS-perron was medegedeeld, toen ze op weg was naar een interland in Zuid-Frankrijk. Nooit getwijfeld dat het ‘tante Foekje’ was, laat dat vooropstaan, ondanks het masculien voorkomen dat nogal opzien baarde. Na haar dood op de sinterklaasavond van 2007 in het gelijk gesteld door DNA-onderzoek van de Rotterdamse professor Anton Grootegoed. De natuur doet wat hij wil. Het zijn de mensen die er een troep van maken, zoals de diskwalificatie van 1950 bewijst. Foekje Dillema heeft de aanslag op haar integriteit nooit goed kunnen verwerken. Ze wierp voorwerpen naar de televisie, als Fanny Blankers-Koen, viervoudig olympisch kampioene in beeld kwam. Voorbeeld èn nagel aan doodskist. Foekje heeft altijd in de overtuiging geleefd dat zij of haar man Jan Blankers een hoofdrol hebben gespeeld bij de seksetest. Voor een andere gedachte was geen plek. Ruim zestig jaar later volgt het ultieme eerbetoon in (zoals gedeputeerde Jannewietske de Vries zonder overdrijven stelt in een voorwoord) ‘een muzikale belevenis waarin je oren en ogen tekort komt’. In de Stadsschouwburg van Leeuwarden mocht ik bij de première naast Foeke Dillema zitten en zijn vrouw Wieky. Was het mooi? Het was prachtig, en ontroerend tegelijkertijd! Koor (Cantatrix uit Dokkum) en brassband (Soli Brass) vereeuwigden het leven van de verguisde Friezin. Soms fluisterend verdriet, regelmatig afgewisseld door muzikale stormvlagen waarin de woede over zoveel onrecht doorklonk. ‘Hier is het stil, zo stil. Hier kun je alles horen.’ Vlieg Foekje, vlieg! ‘Foekje Dillema, een spintster? Nooit van gehoord. Hier (in Burum) woont niemand. Ik ben een vergissing, ik weet niet eens van wie.’ En aan het einde de ultieme rectificatie: We hebben je gemist, we waren trots. Je was er nooit. We hebben je gemist.’ Foekje heeft bestaan. De begeleidende filmbeelden bewezen het. Atlete met de soepele tred van een gazelle. Menselijke raket, te goed om waar te zijn. Haar loopbaan werd symbolisch door middel van o.a. fuga’s en trompetten nieuw leven ingeblazen. Draaf Foekje, draaf! (muziek: Lowell Dijkstra, tekst: Bouke Oldenhof, dirigent: Frans-Aert Burghgraef.
KEES KOOMAN
4 september 2011:
Mijn nieuwe boek heet ‘De gelukkige kip’
Steeds meer media bezorgen berichten nieuwswaarde waaraan niet te ontsnappen valt door te beginnen met ‘steeds meer’. Het is een virus dat zowel ‘Hilversum’ als het schrijvende metier heeft besmet en op mij een dodelijke uitwerking heeft. Ik krijg steeds minder trek om dergelijke berichten tot mijn op de proef gestelde brein te laten doordringen. Let maar eens goed op, nu de komkommertijd als afgesloten wordt beschouwd. De Wereld Draait Door en files zijn terug. ‘Steeds meer gewapende overvallen met waterpistool.’ Inderdaad blijkt bij bestudering van het belangrijke wapenfeit dat de Utrechtse politie in de maand augustus twee keer moest uitrukken bij een dergelijk delict, eenmaal vaker dan in juli. ‘Steeds meer consumenten in de financiële problemen door hoge zorgpremie.’ Kun je ook wel op je klompen aanvoelen door de nood van de kredietcrisis. Typisch voorbeeld uit de komkommertijd die in een klein en onbeduidend land als Nederland eigenlijk twaalf maanden duurt. Nieuws is pas echt nieuws, als alle belangrijke kranten en actualiteitenprogramma’s erover berichten. ‘Steeds meer’ is daarbij een machtiger wapen dan een onschuldig waterpistool. Er zijn ook andere journalistieke trucs om de aandacht van de nieuwsgierige consument op zich te vestigen. Daar lusten ze in de Verenigde Staten wel pap van. Je maakt van alles een scoop door plaatsing van een streamer ‘big news’ en dan natuurlijk wel graag met een reeks uitroeptekens. Hoe klein de werkelijke nieuwswaarde ook is (waarover uiteindelijk door de geschiedenis zal worden geoordeeld), de gemiddelde tv-kijker fronst op zijn minst de wenkbrauwen. Ik zie in treinen en metro’s steeds meer reizigers, meestal niet ouder dan dertig jaar, in schijnbaar hypnotische en zelfs euforische staat naar hun mobieltje staren. De nieuwssite van KPN is, zo weet ik niet alleen uit betrouwbare bron, enorm populair. Echt belangrijk nieuws was er nauwelijks de afgelopen maanden, zeker niet vanuit de Nederlandse binnenlanden, maar de vingervlugge handelingen van de reizende nieuwsgierige, vertellen een ander verhaal. Aan de stand van de wenkbrauwen is de verbazing af te lezen over de inhoud van nieuwe berichten. Verbazingwekkend! Inderdaad: big news. Wat was ik gelukkig de zes zondagavonden waarop min of meer prominente Nederlanders een kijkje in hun ziel gunden, aangemoedigd door de voortreffelijke presentator Jelle Brandt Corstius. De waan van de dag was ver weg. Bijna geen uitroeptekens, vooral vraagtekens, zoals dat nu eenmaal geldt voor het echte leven. Volgens mij onthielden de hoofdrolspelers zich ook van die rare hyperbool ‘steeds meer’. Ja, je kwam ‘steeds meer’ over hun zielenroerselen te weten en als je goed nadacht, begreep je er steeds minder van. Twijfelen zal je, consument! De door mij gekoesterde komkommertijd is voorbij. Voorbij die mooie zomer die begon zo wat in maart. Geen troost meer in de vorm van wereldkampioenschappen atletiek met menselijke kunstwerken als Dafne Schippers. Journalisten schreven dat ze ‘even mocht ruiken’ aan de wereldtop. Vanuit het niets nummer negen van de wereld op de sprint, als 19-jarig meisje. Heeft u haar klasse gezien op de estafette? Dat meisje is de nieuwe Fanny Blankers-Koen, let op mijn woorden. Wie zal het zien, wie zal het opmerken? De terreur van steeds meer ‘steeds meer’ zal de komende maanden overheersen. Veel ‘big news’. De wereld draait door. Steeds meer voetbal, steeds minder diepgang. Ik ga in de komende helse maanden een nieuw boek schrijven. Het heet: De gelukkige kip en beschrijft de lotgevallen van een van die 100.000 lotgenoten, op commando eieren poepend in even brandgevaarlijke als dieronvriendelijke megastallen. Of in afwachting van de braadpan. Een met een gebochelde oranje vleugel geboren haantje (Walter) door toeval aan het noodlot ontsnapt, speelt hierin een belangrijke rol. Ik verzeker u dat een bestseller in de maak is. DWDD, ik kom eraan! Ik krijg er steeds meer zin in.
KEES KOOMAN
28 augustus 2011:
Usain Bolt en de boerenzwaluw
De dag waarop ‘onze’ boerenzwaluwjongen uitvlogen, kwam aan de andere kant van de wereld hoogmoed voor de val. De schijnbaar onverslaanbare Usain Bolt, vertegenwoordiger van het moderne mensenras, werd bij de WK atletiek gediskwalificeerd op de 100 meter. Tranen biggelden langs mijn wangen, ‘s-morgens van pure emotie en in de vroege middag van het lachen. Het laatste is misschien wat overdreven. Ik gun ieder mens het beste, maar heb in recordvaart een enorme antipathie ontwikkeld jegens de snelste mens op aarde. Want daarover kan weinig twijfel bestaan, denk ik. Ook na zijn valse start in Zuid-Korea. Bolt, die pierlala van het rumeiland Jamaica, beschikt over bizarre snelheid. Waar de meeste sprintkampioenen uit het verleden meestal beschikten over lijven als basaltblokken, raffelt hij de 100 meter af met benen die lijken op stokken. Ik geniet in mijn huiskamer van de mixture van souplesse, kracht, sprint- of uithoudingsvermogen, afhankelijk van de disciplines. Ongelooflijke staaltjes van fysieke kunst, alleen maar te zien op wereldkampioenschappen atletiek (of Olympische Spelen). Bij veel van deze toernooien zat ik in het verleden op de eerste rang als verslaggever, o.a. van het destijds toonaangevende tijdschrift Sport International. Geloof me: niets aantrekkelijker dan toekijken vanuit een gemakkelijke fauteuil met afstandsbediening binnen handbereik. Bolt. Voor Sport International maakte ik een reportage over de enorme sprintpotentie van dat eiland in de zon. Eigenlijk was ik op Jamaica om de destijds levende legende Merlene Ottey te spreken. Haar manager Raymond de Vries, die toen al een tamelijk onbetrouwbaar imago hooghield, had een afspraak voor ons (fotograaf en ik) geregeld. We kwamen niet verder dan een zus (die ongelooflijk veel op haar leek) en de moeder van Ottey. Schatten van mensen. De verleiding was groot om een fotoreportage te wijden aan de dubbelganger. Zoals iedere Keniaan of Ethiopiër geschapen lijkt voor midden- of lange afstand, stuitten we in Kingston op een leger van potentiële olympische sprintkampioenen. Ze waren, met uitzondering van Merlene Ottey, uiterst beleefd en verwezen vaak naar door God gegeven talent. Amen. En geen enkele reden om je te verheffen of rare fratsen uit te halen. Gewoon, in hemelsnaam zo snel mogelijk lopen. Het zit immers in de genen. Ik heb geen idee waarom het sprintwonder Usain Bolt brak met het gebod waaraan iedere atleet zich stilzwijgend hield, als er camera’s in de buurt waren. Atletiek op dit niveau is pure kunst. En zoals concertpianisten geen carnavaleske gebaren maakt op het podium, zo sereen stellen de deelnemers zich voor bij een finale. Hooguit een kruis slaan of een gebaar dat lijkt op wuiven. Het achterlijke gedrag van sporters die van het een op het andere moment veranderen in clowns was vooral voorbehouden aan duurbetaalde professionals als voetballers en basketballers. Bijvoorbeeld schaamteloos je broek zo ver mogelijk optrekken, waardoor klok en hamerspel (dat meestal nog doet denken aan Madurodam) duidelijk zichtbaar zijn. Zo gek heeft Bolt nog niet gedaan (wat niet is, kan komen), maar ik haatte hem vanwege alle overdreven gebaren. Doe maar gewoon Usain, laat je benen spreken. Welnu, op deze gedenkwaardige augustusdag, werd de kampioen die niet verliezen kon, gestraft door het noodlot. Te vroeg uit de startblokken met onherroepelijke diskwalificatie tot gevolg. Voorafgaande aan het drama had hij gebaren gemaakt naar zijn tegenstanders die niet anders vertaald konden worden dan met het zelfstandig naamwoord ‘vernedering’. Geen beter vermaak dan leedvermaak, en ik sprong juichend uit mijn fauteuil. Laat het een les zijn voor het leven Usain: atletiek is geen entertainment. Gedraag je dan ook als een kunstenaar. Hoeveel menselijk machtsvertoon dan ook bij deze wereldkampioenschappen: het is niets vergeleken bij de reis die ‘onze’ boerenzwaluwen te wachten staan. Vandaag voor het eerst uit het nest in de garage van onze boerderij, door ons liefdevol beschermd. Tussen nu en twee weken vliegen deze kunstenaars naar Afrika, een levensgevaarlijke tocht van ongeveer 10.000 kilometer. Ze weten feilloos de weg, en onthouden zich onderweg van alle fratsen die alleen maar kunnen voortkomen uit menselijke hoogmoed.
KEES KOOMAN
21 augustus 2011:
Ik ben een charlatan en verdraai de feiten
Acht jaar geleden schreef ik de biografie over het leven van Fanny Blankers-Koen, ‘atlete van de (vorige) eeuw’, o.a. viervoudig olympisch kampioene in Londen, 1948. Het boek kreeg zonder uitzondering prachtige recensies (‘Parel onder de sportboeken’), maar wordt nu in de aanloop naar de Spelen van 2012 door een atletiekhistoricus met terugwerkende kracht onvolwaardig genoemd. Ik moet toegeven dat kritische beoordelingen mij nooit gemakkelijk zijn afgegaan. Tot dusver heb ik weinig te klagen over de ontvangst van mijn boeken, des te meer over het commerciële succes ervan. Sportboeken verkopen alleen, als er sprake is van uitgebreide reclamecampagnes, het liefst in de vorm van een tv-optreden. Uit goede bronnen weet ik dat een niet bij naam te noemen zeer hooggeachte tv-presentator de biografie van FBK (mijn debuut als schrijver) verwelkomde met de dodelijke opmerking: ‘Moeten wij hier wel blij mee zijn?’ Want ik had een eerlijk beeld geschetst van de kampioene, hard maar eerlijk en dat was niet altijd vanzelfsprekend in de van hagiografieën vergeven sportwereld. Sporthelden worden daarbij bewierookt, maar tegelijkertijd van hun menselijkheid ontdaan. De presentatie van mijn boek in het Fanny Blankers-Koenstadion van Hengelo viel geheel in het water. Geen minuutje aandacht in de live-uitzending en door wat ik maar een logistiek probleem zal noemen, was er zegge en schrijve één boek aanwezig in het volgepakte stadion. Dankzij de fraaie recensies werd de eerste druk (3000 exemplaren) uiteindelijk toch nog bijna geheel verkocht. Ik hield aan mijn avontuur, waaraan ik anderhalf jaar fulltime had besteed ongeveer 6000 euro over. Bruto. Maar: geen spijt. Ik vond het ridicuul dat aan een sportvrouw als FBK geen volwaardige biografie was gewijd. Nu dan acht jaar later toch nog een uitnodiging om op de strontkar plaats te nemen. Zal het er misschien mee te maken hebben dat de betreffende ‘historicus’, echtgenoot van een door mij evenzeer bewonderde atlete (Wilma van Gool), deel uitmaakt van de researchafdeling van IDTV dat een film over het leven van FBK wil maken? Bij een ontmoeting op het Amsterdamse hoofdkantoor zaten ze bij mij aan tafel, ‘Een koningin met mannenbenen’ in de hand. Zichtbaar voor mij waren de onderstrepingen en uitroeptekens in de kantlijn. De makers ontkennen nu bij hoog en laag iets te maken te hebben met de inhoud van mijn boek waarvoor ik veel getuigen sprak waarvan de meesten nu overleden zijn. . Als geestelijk vader van non-fictie ben je in Nederland vogelvrij. ‘Dieven’ kunnen altijd zeggen dat ze de informatie uit andere bronnen hebben, bijvoorbeeld de paginagrote verhalen die over mijn biografie in de Telegraaf verschenen. Mijn advocaten en ik volgen de handelingen van IDTV op de voet, maar veel kans op een rechtmatige rol in dit toneelstuk dicht ik mijzelf eerlijk gezegd niet toe. Een van mijn uitgevers en ik hebben nog wel een leuke verrassing in petto. Directe aanleiding waarom ik volgens Paul van Gool thuishoor op het schavot van de charlatans is dat ik niet goed heb uitgezocht vanuit welke plaats de trein naar Carcassonne was vertrokken in de zomer van 1950, toen het doek viel voor het aanstormende Friese talent Foekje Dillema. Althans, de atletes die ik aan het woord liet, spraken hier geen eenduidige taal. Ik liet de citaten zo. Niets subjectiever immers dan een herinnering. Waar het natuurlijk vooral om ging in het hoofdstuk ‘Het vergalde leven van Foekje Dillema’ was de onmenselijkheid aantonen, waarmee de Friezin bijna letterlijk op een zijspoor werd geplaats. Dankzij uitgebreide zoektochten in het archief van de Atletiekunie kwam Van Gool de afgelopen jaren op een aantal interessante ontdekkingen, waarvan ik (zo beloofde ik bij een bijeenkomst op Papendal) gaarne gebruik zou maken bij een herdruk. Maar voor hem, zo valt te lezen op de website van de atletiekhistorici staat het vast: ik heb heel bewust een voor FBK negatief hoofdstuk willen schrijven. Daarbij had ik geen oog voor de tijdgeest, want liepen er immers in de vijftiger jaren geen verklede mannen rond bij de vrouwen, en dan nog wel vooraan? Dat ik daarover uitgebreid schreef in andere hoofdstukken mocht niet baten. Kees Kooman is een charlatan die heel bewust feiten verdraait en foutief interpreteert. Professor Grootegoed toonde in 2009 aan (aan de hand van DNA-onderzoek, mogelijk dankzij een aantal haren gevonden in de kleding van de inmiddels overleden Friezin) dat Foekje Dillema anno 2012 zonder enige twijfel zou kunnen meedoen aan de Olympische Spelen. Bij de vrouwen. Haar was groot onrecht aangedaan. Het hoofdstuk dat aan haar was gewijd doet naar mijn stellige overtuiging niets af aan de grootheid van Fanny Blankers-Koen, een moeilijke maar zeer boeiende sportvrouw die volgend jaar weer symbolisch tot leven zal worden gewekt. Een koningin met mannenbenen die de wereld versteld heeft doen staan. Zij leve lang, hoera, hoera, hoera!
KEES KOOMAN
13 augustus 2011:
Stuiterend op weg naar eeuwige roem
Het is nog niet officieel bekend gemaakt, en daarom vraag ik u om enige terughoudendheid bij verspreiding van dit nieuws, maar ik maak deel uit van de selectie die de Nederlandse leeuw mag laten brullen bij de eerste wereldkampioenschappen ‘in line skippybal’. Een betrekkelijk nieuwe sport die voet aan de grond kreeg dankzij onvermoeibaar lobbyen van Herbert Dijkstra en zijn schaatscollega’s bij de NOS. Op dit moment verblijf ik ter voorbereiding op wat mijn doorbraak als Bekende Nederlander belooft te worden op hoogtestage in Limburg. Je kunt veel zeggen over de Koninklijke Nederlandse In Line Skippybal Vereniging (KNILSV), maar de toppers worden uiterst serieus genomen. Dat geldt ook voor omgang met de pers die ons op de voet volgt, ondanks het prille imago van de sport en de nog betrekkelijke onbekendheid hiervan. De Internationale In Line Skippybal Federatie (IILSF) heeft nog maar zes aangesloten landen, kleine staatjes over het algemeen, zoals Nederland. Maar Herbert Dijkstra weet precies hoe je een internationaal kleine sport voor het voetlicht moet brengen. In de wintermaanden heeft hij er zijn handen vol aan. Als ik het goed heb begrepen had zijn bijzondere belangstelling voor ons ook veel te maken met het feit dat hij ’s zomers eigenlijk weinig te doen had. Deze pionier, ook wel vernoemd naar het woord dat hij het meest bezigt in zijn tv-uitzendingen (‘SENSATIONEEL!’), slaagde erin sponsors te interesseren voor de eerste wereldkampioenschappen in Luttelgeest. Tijdens de hoogtestage krijgen we iedere dag mediatraining. Welke kreetjes wel slaken tijdens de interviewtjes na races, welke niet? Ik lust er wel pap van. Mijn selectie dank ik voornamelijk aan mijn vermogen optimaal te stuiteren. Als kind maakte ik daarmee al grote indruk op buurtbewoners. Eigenlijk is het te simpel om op te schrijven, maar het gaat er bij deze nieuwe sport vooral om na de start in eerste positie te komen. Wie dat kan, wint. En daarom win ik zo vaak. Teamgenoten die beschikken over minder stuitvermogen houden de concurrentie uit Liechtenstein en Andorra gedurende de race op afstand. Goed beschouwd alleen maar door ze zoveel mogelijk te hinderen. De races vinden plaats op een kleine cementen ovaal, 204 meter in omtrek. Klein is fijn. Het is denk ik een van de redenen waarom we zo populair zijn bij het schaatspubliek. De zomers duren veel te lang voor deze fans en ze staan rijen dik rondom de skippybaan. Die van Luttelgeest verdient extra faam vanwege de stuitvaste ondergrond, en er zijn hier ook veel dweilorkesten actief. Altijd carnaval, wie wil dat niet? Ja, er zijn criticasters die onze sport als toppunt van saai beschouwen. Zeurpieten heb je overal. Ik hoef natuurlijk niet te verwijzen naar de zeikerds die spugen op voetbalpraatprogramma’s, de vele schaatstoernooien en alle zogenaamd slaapverwekkende wielerrondes. Er zijn ook mensen die geen Telegraaf lezen. Het is simpel: je moet ze met een korreltje zout nemen, net als de kritiek dat onze races maar vier meter lang (de periode vlak na de start) interessant zijn. Herbert Dijkstra denkt dat de skippybal een revolutie zal ontketenen op olympisch niveau. In line is hot line is een van de veelgemaakte grapjes van Mister Sensationeel. Binnen drie of vier jaar, zo verwacht hij, zal onze sport als olympisch volwaardig worden beschouwd. Aan de NOS zal het niet liggen. De wereldkampioenschappen, waarop ik me in Limburg voorbereid, worden live uitgezonden in een uitloper van de komkommertijd. Het is een ontwikkeling waaraan niet te ontkomen valt: sport moet entertainment zijn, overzichtelijk entertainment. Wat het verder waard is, doet er niet toe. Te land, ter zee of op de skippybal: leuk! Ik word bekend in Nederland, daarover kan geen twijfel bestaan. Komt u mij samen met Herbert Dijkstra ook aanmoedigen?
KEES KOOMAN
6 augustus 2011:
Rampzalig haantjesgedrag
Tot onze grote schrik hebben drie van de vier door onze broedse kip goedverzorgde eieren haantjes voortgebracht. Nu zij met luid gekraai hun volwassenheid beginnen aan te kondigen, worden wij iedere dag geconfronteerd met haantjesgedrag. Het zijn net echte mensen: voordat zij de confrontatie aangaan met elkaar (eigenlijk alleen maar willen uitvechten, wie nu wel de baas is) blazen zij zich op wonderbaarlijke wijze op. Koppen en nekstuk worden in een oogwenk twee keer zo groot. In de grote mensenwereld zijn andere instrumenten beschikbaar om zich groter voor te doen dan de mannen (het zijn bijna altijd mannen en berg je maar als het per ongeluk vrouwen betreft) in werkelijkheid zijn. Het is trouwens erg opvallend dat juist kleine mannen relatief veel haantjesgedrag vertonen. Ik heb uitgebreid veldwerk verricht om tot deze conclusie te kunnen komen. Bij de in centimeters mager geschapen heren staat vooral compensatie op het spel. Beroemde voorbeelden zijn Silvio Berlusconi, Nicolas Sarcozy en uit de oude doos Joseph Stalin, dictator onder de dictators die helaas een natuurlijke dood stierf. Dat monster had natuurlijk levend gevierendeeld moeten worden ter compensatie van zijn misdaden. Maar ja, daarvoor is het nu te laat. Hoe blazen menselijke hanen zich fatsoenlijk op en lijken daardoor plotseling twee keer zo groot? Op nummer één staat natuurlijk imago, heel vaak verpakt in een driedelig kostuum met bijpassende stropdas. Dat imago is een bloem in de woestijn zonder passende lobby. Een heel belangrijk gebod bij succesvol haantjesgedrag is: gij zult 24 uur per etmaal netwerken. Dat begint al op de hockeyvereniging en anders heb je daarvoor alle tijd tijdens de rechtenstudie, of een andere vage universitaire opleiding. Veel belangrijker dan leren, is mensen leren kennen. Geboren winnaars, en die vertonen...... haantjesgedrag. Overal te herkennen dus. Wat volgens mijn eigen wetenschappelijk onderbouwde onderzoek ook hoort bij mensen die zichzelf weten op te pompen, is een ruim bemeten gebrek aan empathie. Als er heel toevallig iets fout gaat in de achtbaan naar succes, is dat altijd de schuld van een ander. Je ziet het nu heel goed bij de kredietcrisis, vooral toe te schrijven aan gebrek aan toezicht. Veel kleine mannen (zeker in menselijk opzicht) konden decennialang liegen over financiële producten. De leugen regeerde tot en met staatsbegrotingen. Maar de veroorzakers hebben helemaal geen last van de gevolgen van de wereldwijde economische crisis. Zij voelen daarvoor geen enkele verantwoording. Ik durf er mijn hoed om te verwedden dat veel van deze brokkenpiloten momenteel een heerlijke vakantie genieten op een eigen zeewaardig jacht in de Golf van Mexico. Volgens officiële wetenschappers, zeg maar onderzoekers die hebben doorgeleerd en zich nu professor mogen noemen, is haantjesgedrag door het menselijke soort onuitroeibaar. Heeft te maken met prehistorisch gedrag, toen je nog met een knots je territorium moest bewaken. De knots heeft nu plaatsgemaakt voor microfoon en tv-camera. Bekend voorbeeld is de advocaat Moskowitz die overal tevoorschijn springt, waar een tv-camera staat opgesteld. Hij voldoet aan alle eisen om zich ook een haantje te kunnen noemen: doet aan politiek, heeft altijd gelijk, en kent maar één gelijke die net zo geslaagd is als hijzelf, zijn spiegelbeeld. Er zijn ook professoren die beweren, het zal u niet verbazen, dat eigenlijk iedere geslaagde manager (lees: alle door behendig netwerken geslaagde Nederlanders) zich net zo gedraagt als elk dominant dier. Ze verdelen de macht, indien gewenst, met gelijkgestemden die zij met door de evolutie ontwikkelde intuïtie op mijlen afstand herkennen. Als zij tenminste nog geen deel uitmaken van hun kleine, bijzonder fijne netwerk. Stuk voor stuk haantje de voorste die bij toerbeurt vooraan mag staan in de rij voor de kassa waar alleen (eventueel potentiële) miljonairs welkom zijn. Wat doen we nu met de kleine luiden die wel weten wat het is om op gezette tijden mededogen te tonen met soortgenoten? Het is eenvoudig niet anders: die moeten nu de prijs betalen van rampzalig haantjesgedrag. Jammer hoor, doorwerken tot je 70ste, terwijl de financiële macho’s nieuwe zeewegen zoeken in hun splinternieuwe jachten. Ik denk dat ik maar eens een symbolisch offer ga brengen. Morgen kippensoep! KEES KOOMAN
31 juli 2011:
Lang leve Inge Dekker!
Waarom gaat mijn oranje hartje altijd iets sneller kloppen bij zwemprestaties, terwijl ik bij andere belangrijk geachte sporten als wielrennen, voetbal en schaatsen een zekere weerzin nauwelijks kan beteugelen? Voor het antwoord op deze vraag begaf ik mij naar het Haagse Noordeinde, waar de moeder des vaderlands mij ontving in de Spiegelzaal. Wilt u een koekje bij de thee, vroeg hare majesteit mij, toen ik nog maar nauwelijks had plaatsgenomen in een gemakkelijke stoel, model Louis XIV. Ik keek in een van de spiegels en zag een behoorlijk afgetrainde landgenoot, die het zo te zien behoorlijk naar zijn zin had en in ieder geval niet geïmponeerd was door de omgeving. ‘Geeft u er mij maar twee, mevrouw’, antwoordde ik, waarna een lakei snel naderbij trad en mij in mijn beste oor fluisterde dat ik mevrouw moest toespreken met ‘majesteit.’ De moeder des vaderlands wachtte inderdaad met het openen van de gouden koektrommel en keek mij inmiddels recht in de ogen, terwijl zij haar hoed ophield. Wat nu te doen? Ik kom hier om te spreken over mijn beperkte chauvinisme, ben opgevoed met de gewoonte om iemand die ik niet goed ken netjes aan te spreken. Ik wil graag respect tonen, maar wens daarbij geen onderscheid te maken tussen een lakei en een koningin. Weet u wel, zei ik om het ijs dat nu tevoorschijn kwam op haar gezicht te breken, dat uw Britse collega nooit meezingt, als God save the Queen wordt gezongen? Ze gaat er echt vanuit dat het volkslied voor haar persoonlijk bestemd is. ‘Vindt u dat niet lachwekkend?’ De volksmoeder bood na enkele momenten van ongemakkelijke stilte haar Friese gast toch een versnapering bij de thee die al aardig koud was geworden. Zonder antwoord te geven op de koninginnenvraag begon zij een betoog over gepast en ongepast chauvinisme, zoals zij erover dacht. En zoals wij er dus ook eigenlijk over zouden moeten denken. Je mag best chauvinistisch zijn om bepaalde grootse prestaties, zo vertelde zij, maar je moet daarbij nooit je eigen afkomst en die van de te bewieroken persoon verloochenen. Het is een groot geluk bevoorrecht te zijn, en een nog groter geluk te begrijpen dat je geluk hebt gehad. ‘Zalig zijn zij die kampioenen zijn, maar in woorden underdog blijven.’ Ik wilde haar graag om deze wijze lessen omhelzen, maar wist dat het een onmogelijke opgave zou zijn vanwege het indrukwekkend grote hoofddeksel. In plaats daarvan knikte ik instemmend en mijmerde momenten in stilte, zoals dat hoort bij mijmeren. Ja, die schaatsers, wielrenners en voetballers zijn dermate in de watten gelegd, al was het alleen al op gebied van media-aandacht, dat ze niet eens meer door hebben bevoorrechte Nederlanders te zijn. Ze vinden het ophemelen vanzelfsprekend, hoeven er eigenlijk niets meer voor te doen. Eigenlijk zijn het net koningen en koninginnen zonder troon. Die heerlijke Johan Kenkhuis, met afstand de beste sportcommentator die ik ken, sprankelend analyserend ter gelegenheid van het WK zwemmen in Shanghai! Met een paar verbale pennenstreken schetste hij de karakters van Nederlandse topsporters van wie je wel moest gaan houden. Echte helden. Ik zou bijna willen geloven in wedergeboorte. Dan kom ik terug als zwemmer. Ik hoef niets te verdienen met mijn sport, als ik maar wel naar de Olympische Spelen mag en Kenkhuis het tv-commentaar mag leveren. (En Jeroen Grutter en Bert Sitters me in godsnaam bespaard mogen blijven.) Blijkbaar had ik de laatste woorden hardop uitgesproken. Want de gastvrouw die me tijdens het mijmeren enigszins verbaasd had aangekeken, vroeg: Proeft u iets bitters? Mevrouw, zei ik, terwijl ik opstond uit de Louis XIV en mij lachend tot haar wendde, u heeft mij met uw zoete analyse volkomen bevredigd. Ik weet nu waarvoor ik leef. Lang leve Inge Dekker! Lang leve de uitverkorenen die weten dat ze bevoorrecht zijn en met beide benen op de grond blijven staan! De koningin bleef zitten, terwijl ik tevreden de Spiegelzaal verliet.
KEES KOOMAN
24 juli 2011:
Dwazen zonder wapenvergunning
De meeste lezers zullen het met me eens zijn dat het onmogelijk is om zich heen schietende gekken op voorhand te traceren en uit te schakelen. Ik vrees dat de enorme media-aandacht die dergelijk gruwelijk geweld met zich meebrengt alleen maar zal leiden tot nog meer idioten op zoek zijn naar het ene moment van roem, hoe kortstondig ook. Aan wapens geen gebrek en nog net niet op iedere straathoek te koop. Maar misschien is het wel aan te bevelen om de halve zolen die deze gekken aanmoedigen met hun even dwaze als domme theorietjes het publieke podium zoveel mogelijk te ontzeggen. Ik doel natuurlijk op de geblondeerde volksvertegenwoordiger die vreemdelingenhaat tot partijprogramma heeft verheven. En inmiddels beschikt over een hele kudde volgers die alle problemen van Nederland verklaart door de aanwezigheid van wereldburgers die niet van de klompendans houden. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun huidskleur en voor het gemak wordt iedere getinte Nederlander over één kam geschoren. Recent zag ik een documentaire over de totstandkoming van de vrede van Versailles, een voor de verliezende Duitsers opgedwongen en zeer vernederend pact. Zij hadden de Eerste Wereldoorlog verloren en werden tevens beschouwd als de aanstichters. De Britse onderhandelaars eisten 200 miljard (!) dollar schadevergoeding. Uiteindelijk mochten ze blij zijn met een uitkering van tien miljard, overigens ook een astronomisch bedrag, rekening houdende met de tijdgeest. Zoals bekend mag worden geacht smoorde deze oorlog voornamelijk in Belgische klei, niet nadat driftig geëxperimenteerd was met gifgassen en miljoenen het nog jonge leven lieten. Wat een les had moeten zijn voor alle toekomstige generaties nooit meer zo massaal naar de wapenen te grijpen, werd door de publieke vernedering in Versailles de kiem voor een zo mogelijk nog vernietigender oorlog, kortweg WO II met die gevaarlijke snor als aanstichter. Adolf Hitler wist precies, hoe je een vernederend volk moet toespreken om zich gedachteloos op te offeren voor wat de wraak had moeten worden voor de afgang van 1918. Je had het kunnen voorspellen: Geert Wilders was er iets minder dan een eeuw later als de kippen bij om te verklaren dat hij zich distancieerde van de hoogblonde Noor die zijn vreemdelingenhaat afreageerde in de moord op bijna honderd landgenoten. Wilders, een van de helden van deze gek, wees er in zijn verklaring op dat hij alles verafschuwde waarvoor deze moordenaar stond: een waanzinnige met een wapenvergunning. Waar is de kiem gelegd voor wat leidde tot het bloedbad in Oslo? De dader liet in een uitgebreide verklaring, uitgebreid gepresenteerd in alle nieuwsprogramma’s op de hele wereld weten dat hij de multiculturele samenleving verafschuwde. Wat dat betreft voelde hij zich sterk aangetrokken tot de programmastandpunten van de PVV en diens merkwaardig gecoiffeerde leider. Was hij verbaal aangemoedigd vanuit Nederland? Het antwoord op die vraag zal waarschijnlijk nooit worden gegeven. Wanneer trekt de volgende gek eropuit met een wapen om woorden, hoe leeg en dom ook, van een volkspopulist met krankzinnige daden te ondersteunen? Je zou wensen dat de les van Oslo zich leren laat en leidt tot afkeer van ziekmakende schreeuwlelijken, weliswaar zonder wapenvergunning, maar misschien is de macht van het woord nog wel een belangrijker wapen. En nog veel gevaarlijker dan de impulsieve daden van ‘eenzame wolven.’ Hopelijk tuimelt onze volksmenner van het publieke podium dat hem schaamteloos alle kansen blijft geven. Janmaat draait zich om in zijn graf. In verhouding tot wat in Oslo gebeurde een volkomen onbelangrijke constatering, maar wat mij betreft een andere journalistieke les op deze plek waard: wees, lieve Tour-verslaggevers de volgende keer wat kritischer jegens ‘onze’ Nederlandse jongens. Vooraf, zoals trouwens ieder jaar gebeurt, gepromoveerd tot pedalerende godenzonen met daarbij horende salarissen. Maar in het eindklassement op uren achterstand gereden door een Australiër en twee Luxemburgers (!). Door de mand gevallen, opnieuw. Schaamrood staat heel goed bij geel.
KEES KOOMAN
2 juli 2011:
Ga toch fietsen!
Sportliefhebbers kijken op het moment waarop ik dit schrijf of naar de eerste etappe van de Tour de France (Nederland 1), of Wimbledon (Nederland 2). Nog niet zo lang geleden behoorde ik ook tot deze doelgroep en was een veelvraat op dit gebied. Ik wist er alles van. Tafje of pomerans? Ik kon het u als jongen haarfijn uitleggen en was daardoor bijna beland op de sportredactie van het Algemeen Nederlands Persbureau. Echt waar! Uit een onwaarschijnlijk grote groep sollicitanten was ik met één concurrent overgebleven. We werden onderworpen aan een hele uitgebreide sportquiz, individueel. Op alle idiote vragen wist ik het antwoord. Volgens collega’s die ik later leerde kennen, was mijn achternaam de belangrijkste reden dat ik niet was uitverkoren. Kooman leek teveel op Koomen, de toenmalige chef bij het ANP. Via dagblad Het Binnenhof (bestaat niet meer) belandde ik op verzoek bij Het Vrije Volk (bestaat niet meer) en later, wederom op uitnodiging bij Sport International (bestaat niet meer). Ik bezocht vanaf 1980 tot en met Athene 2004 alle Olympische Spelen. En nu, volop in de researchfase van een boek over flessen trekkende verzekeraars, betrap ik mezelf regelmatig op veelvuldig gapen bij het lezen over en kijken naar sport. Godallemachtig, wat een onvoorstelbaar voorspelbaar tijdverdrijf is dat geworden, vooral in journalistiek opzicht! Conservatiever dan de meest rechtlijnige predikant in Urk of Barneveld. Zoals de afgelopen vijftien jaar te doen gebruikelijk wordt Nederlandse deelnemers in de aanloop naar de Tour buitengewoon grote kansen toebedacht. ‘Onze’ laatste winnaar Jan Janssen, die tegenwoordig fietsen verkoopt, mocht het vertellen in het Journaal niet zonder stevig reclame te maken voor zijn eigen merk. Toen Kees van Beijnum een paar jaar geleden mocht voorlezen uit het literaire 42 zwenkte de camera discreet de andere kant op, toen de cover in beeld dreigde te komen. Want ja, reclame was nu eenmaal verboden, zo legde de redactie mij uit. Verschil moet er zijn. De Tour. Rood van opwinding gaf Mart Smeets op de vooravond van editie 2011 commentaar op een sensationeel bericht dat vanzelfsprekend bol stond van de doping. De bus van Quick Steps was door de politie aan een nauwgezet onderzoek onderworpen! De verslaggever die in de Journalist trouwens een even verstilde als ontroerende in memoriam had geschreven (schrijven kan hij, als hij er maar de tijd voor neemt) over de vroegers NOS-baas Bob Spaak, kent helemaal geen beperkingen meer waar het medicinale ondersteuning van topsporters betreft. ‘Dat is topsport. Klaar.’ Boos was hij over de belangstelling voor onderwerpen die hij zelf inmiddels als ruis beschouwt. Zeer boos. ‘Jongens, ga toch fietsen!’, riep hij in de richting van Hilversum. De heilige Tour. Ik was erbij in het jaar 1991. Nog steeds kijk ik met afgrijzen naar de imbecielen die met gevaar voor eigen leven de helden van het stalen ros willen aanraken en daarbij zorgen voor levensgevaarlijke taferelen. Je kunt er zeker van zijn dat het misgaat op een dag. Alleen is de vraag wanneer. In 1991 zag ik ook de idioten die zich fan noemen duiken naar de hoedjes van papier, door verleidelijk geklede dames in het publiek geworpen vanuit de lange reclamekaravaan. En ja, het waren vooral Nederlandse volwassenen die zich gedroegen als puberale kinderen, voor niets en niemand bang. Het was voor mij een eenmalige zomeraanbieding, de Tour de France. Geef mijn portie maar aan Jan en Alleman die zich erover hebben ontfermd. Wimbledon heb ik ook ‘verslagen’. Het heilige gras was voor mij een zeer teleurstellende ervaring met alle clichés van aardbeien met slagroom en dodelijk voorspelbare persconferenties. Je moet het kunnen en vooral: je moet het willen. Ieder jaar weer opnieuw plaatsnemen in het reuzenrad dat altijd weer dezelfde kant opdraait. Weet u de overeenkomst tussen een woekerpolis en Nederlandse kansen in de Tour de France? De prognoses zijn altijd even fantastisch, maar de uitkomst even vaak ongelooflijk teleurstellend. Resultaten, behaald in het (verre) verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Tegen alle valse profeten roep ik vanuit Ee zo luid mogelijk: ga toch fietsen!
KEES KOOMAN
26 juni 2011:
Woekerpolis wordt zwaard van Damocles
Enige weken geleden schreef ik op deze plek vol bravoure over het voornemen van de AFM (Autoriteit Financiële Markten) om echt werk te gaan maken van het woekerpolisdossier. Een eerlijker tegemoetkoming aan de miljoenen gedupeerde verzekerden dan de klapsigaar voorgehouden door voormalig ombudsman Wabeke (niets meer of minder dan een fooi) leek ook niet meer dan billijk. Een aantal kritische lezers reageerde op mijn column met de vraag, of ik misschien krankzinnig was geworden. Want waarom zouden verzekeraars die bij dit schandaal tot dusver voornamelijk de hand op de knip hielden nu opeens op andere gedachten gebracht kunnen worden? Bij terugkeer van een dienstreis naar Mexico bleken mijn critici volkomen gelijk te hebben. De AFM achtte zich bij nader inzien onbevoegd de opdracht om het complexe dossier nader te bestuderen, aan te nemen. De gespecialiseerde bureaus die het meeste speurwerk zouden moeten verrichten (de expertise van de AFM is op dit gebied bedroevend laag) werden recent op de hoogte gebracht. Hartelijk dank voor uw inzichten, maar zijne excellentie Jan Kees de Jager heeft het ei van Columbus gelegd. Er komt weldegelijk nader onderzoek, te verrichten door....... het Ministerie van Financiën zelf. Nu ken ik hoge ambtenaren met een geheel eigen zienswijze op de problemen die vooral door de ‘grote’ woekerpolissen zullen ontstaan. Deze beleggingsverzekeringen zijn gekoppeld aan hypotheken en voornamelijk bedoeld om aan het einde van de looptijd de schuld aan de bank af te lossen. In de meeste gevallen mogen consumenten blij zijn, wanneer ze met deze bij het afsluiten van de contracten als wondermiddelen aangeprezen producten, straks de helft van hun schuld kunnen inlossen. Geen probleem, zo menen invloedrijke ambtenaren, want het onderpand zal toch wel in de tussentijd voldoende in waarde zijn gestegen? Het laatste is met de huidige malaise op de woningmarkt nog maar zeer de vraag. En wat doet de bank met de betreffende consument die waarschijnlijk met beide benen in het voorportaal van zijn of haar pensioen staat en sowieso lang niet meer zo solvabel zal zijn als in de kracht van zijn of haar werkzame leven? De kans is heel reëel dat betreffende bofkont wordt verplicht om de restschuld op andere wijze af te lossen en desnoods het onderpand met spoed te verlaten. Appeltje voor de dorst blijkt plotseling een gifbeker. Uw woekerpolis is veranderd in een zwaard van Damocles. Je zou het hierboven geschetste scenario kunnen verwachten in een bananenrepubliek, maar toch niet in een beschaafd land dat ruim anderhalf jaar maar in één ding leek geïnteresseerd: hoe zit het haar van Geert Wilders vandaag? Daarom geloofde ik mijn bronnen die meldden dat echt werk werd gemaakt van dit hoofdpijndossier, op hun woord. Dat vertrouwen mis ik volledig bij een onderzoek van een ministerie dat alleen het belang lijkt te dienen van de producent (de ontwikkelaars van de woekerpolissen) en volgens mij volkomen lak heeft aan de consument. Ik doe opnieuw een voorspelling, deze keer waarschijnlijk heel wat realistischer dan mijn vorige optimistische scenario. Uit het onderzoek van het ministerie, dat in september moet zijn afgerond, blijkt inderdaad dat de overeenkomsten met de zogenaamde consumentenorganisaties Verliespolis en Woeker Polis Claim (die slechts oog lijken te hebben gehad op vullen van eigen zakken) geen recht doet aan de schade, geleden door de miljoenen Nederlanders. Het compensatiebedrag, dat tot dusver ongeveer bestaat uit 2 ½ miljard euro, moet worden aangepast. Om de hoogte te kunnen bepalen wordt een commissie benoemd. In de trant van wijlen Wim Duisenberg naamgever van het compromis, een zestal jaar geleden gesloten bij de zogeheten aandelenleaseaffaire. Ook hier werd de Nederlandse consument achteraf beschouwd, opgescheept met een fooi. De juridische nasleep is nog steeds niet afgerond. Hetzelfde scenario lijkt in de maak bij het veel grotere woekerpolisdossier. Jan Kees de Jager wil er zijn hoofd niet bij verspelen. De verzekeraars weten precies, hoe je kritische klanten moet bespelen. Pappen, nathouden, en vooral vertragen. Veruit het grootste deel zal, doodmoe van woekerpolissen, afhaken. De Nederlandse consument krijgt als dank daarvoor opnieuw de rol van kop van Jut toebedeeld. Als bezitter van een vette woekerpolis zou ik zo snel mogelijk het recht in eigen hand nemen en morgen een juridische procedure starten. Steun van de overheid hoeft u niet te verwachten.
KEES KOOMAN
8 mei 2011 (moederdag):
Hoe overtuig je een tijger dat hij vegetariër wordt?
Als ik me niet vergis, wordt er op dit moment achter de schermen hard gewerkt aan een betere compensatieregeling voor de miljoenen houders van woekerpolissen. U weet wel, de beleggingsverzekeringen waarbij een daalder een gulden waard blijkt te zijn. Verantwoordelijk minister Jan Kees de Jager, ook al druk met amoureuze verwikkelingen, moest na lang aandringen van volhardende consumenten en parlementariërs met toezeggingen komen. Hij beloofde de beste afspraken, de afgelopen jaren bereikt door Verliespolis en Woeker Polis Claim, meestal op individuele basis bereikt met verschillende verzekeraars, te inventariseren. Die moeten wat hem betreft gaan gelden voor alle polissen. Maar daarmee schroef je de tot stand gekomen schadevergoeding, in veel gevallen niet meer dan een paar tientjes en voor de echte bofkonten mogelijk duizend euro, misschien met tien procent op. Het is voor de gedupeerden in ieder geval geen reden om champagne te laten aanrukken. Eigenlijk zou er sprake zijn van de zoveelste dooie mus in de woekerpolisaffaire, een dossier dat verzekeraars en overheid (op dit moment hoofdsponsor in de vorm van miljardensteun) ontzettend graag gesloten zouden willen zien. Het mag niet gebeuren, en let op mijn woorden: het gaat ook niet gebeuren. Mij bereiken signalen die erop kunnen wijzen dat AFM en zelfs de Nederlandse Bank, twee verantwoordelijke toezichthouders, eindelijk begrijpen dat de tot dusver gemaakte compensatieafspraken in het meest positieve geval een belediging genoemd moeten worden van gezond verstand. Het moet in een beschaafd land onmogelijk zijn miljoenen consumenten te hebben misleid met rendementen die (gezien de exorbitant hoge kosten) nooit gehaald konden worden, zelfs niet met de medewerking van een positiefgestemde AEX. En als verantwoordelijk verkoper bij ontmaskering vrij te kunnen komen met de schrik. In zijn boek Gepast en ongepast geld verwijst auteur Hans Ludo van Mierlo, voormalig journalist en jarenlang werkzaam als communicatiedeskundige in het land van het grote geld naar een uitspraak van een bestuursvoorzitter van ING. Die zei: ‘De klant is koning, maar de aandeelhouder is keizer.’ Toen Van Mierlo de baas aansprak op zijn merkwaardige citaat zei deze dat hij het alleen maar had gezegd om zijn medewerkers te stimuleren. De schrijver had op de werkvloer ook weleens voorzichtig geopperd nieuwe beleggers te waarschuwen voor de eventuele risico’s. ‘Waarschuwen? Waarvoor? Een bakker gaat zijn klanten toch ook niet zeggen dat je dik wordt van gebak?’ Het lijkt wel, aldus luidt een van de conclusies van Van Mierlo in zijn fraaie boek, of we met zijn allen te prooi zijn gevallen aan een vervreemding van de werkelijkheid. Hij raadt daarom aan om ook eens wat vaker naar de historie te kijken van de verschillende multinationals, de diepste wortels zonder uitzondering verankerd in maatschappelijke initiatieven. ‘Maar soms is het gemakkelijker een tijger ervan te overtuigen dat hij vegetariër moet worden dan een bankier duidelijk te maken dat hij maatschappelijke verantwoording draagt.’ Een van de rechtsvoorgangers van de Internationale Nederlanden Groep is de Rijkspostspaarbank, in 1881 opgericht door de staat om het sparen van de Nederlandse bevolking te bevorderen. De massaal uitgegeven woekerpolissen zullen anno 2011 vermoedelijk de spaardrift van de bevolking niet aanmoedigen. Desondanks pronkte het bedrijf recent met mooie kwartaalcijfers: van 1.381 miljoen winst naar de 1.230 van 2010. En nog belangrijker: ook de verzekeringstak deed het in de eerste tussenstand van 2011 wat beter dan uit desastreuze cijfers (van de Nederlandse Bank) van vorig jaar mocht worden verwacht. Dat moet de gedupeerde houders van woekerpolissen als muziek in de oren klinken. Ik doe een voorspelling, waaraan u mij over ongeveer tien maanden mag herinneren. De verzekeraars hebben eindelijk begrepen dat het vertrouwen van de consument nooit meer hersteld kan worden zonder een schadevergoeding die hout snijdt. Door de huidige tegemoetkoming (ongeveer drie miljard) ongeveer te vertienvoudigen, komen we een eind in de goede richting. En graag verwijs ik hierbij naar een uitspraak van Frans Weekers, destijds financieel deskundige van de VVD in de Tweede Kamer, in mijn boek De woekerpolisaffaire, en nu staatssecretaris op het Ministerie van Financiën. ‘Van mij mogen ze (de verzekeraars) hun klanten pas in de toekomst (echt) schadeloos stellen, als ze weer wat meer vet op de ribben hebben.’ ‘Je hebt er niets aan’, zo voegt hij eraan toe met verwijzing naar de kredietcrisis, ‘als maatschappijen omvallen, want van een levende kun je meer plukken dan van een dooie. Maar het mag niet zo zijn dat verzekeraars ermee wegkomen, omdat andere grote financiële problemen toevallig de aandacht opeisen.’ Of om met Hans Ludo van Mierlo te spreken: laat vervreemding plaatsmaken voor de nuchtere (misschien wel ontnuchterende) werkelijkheid, waarbij de klant vooropstaat en niet de aandeelhouder.
KEES KOOMAN
1 mei 2011:
God save the queen
Het waren zware dagen voor de mensen die een hekel hebben aan koekhappen en decorum, op het eerste oog twee uiterste verschijnselen. Maar ik wil vandaag bewijzen dat het één pot nat is. Huwelijk van de eeuw werd op de dag van voltrekking bijgesteld tot huwelijk van het jaar, maar dan toch nog altijd heel bijzonder. Sommige Britten hadden er twee nachten in een weinig comfortabel ogend tentje voor over gehad om helemaal vooraan te zitten, voordat de kaalhoofdige prins Harry zijn lippen zette op die van zijn bruid, een volksmeisje nog wel. Je zou denken: de koningsgezinde kijkers zitten straks helemaal alleen te kijken naar de balkonscène die alleen maar zinvol is bij de gratie van pottenkijkers. Het is net als bij toneel, waar zwaar opgemaakte en navenant geklede acteurs het gordijn niet laten opgaan zonder een goedgevulde zaal. Tot mijn verbijstering stonden er naar schatting meer dan een miljoen mensen bij Buckingham Palace te wachten op wat aanvankelijk de kus van de eeuw moest worden. En dan blijkt de beloning ook nog te bestaan uit intimiteiten die deden denken aan de begroeting van een oudtante. Je kreeg het er koud van. De koningin van Engeland lijkt op mijn tante Janny uit Naarden. Als ik haar toevallig zie bij niet te missen beelden van het Journaal wil ik roepen: kom op tante Janny, de beentjes van de vloer! Nog verbijsterender dan de enorme belangstelling voor die opgeklopte plechtigheid vond ik het moment (ook niet te missen) waarop een kerk vol vrienden – het trouwlustige duo mocht in totaal duizend vrienden uitnodigen – uit volle borst het volkslied aanhief. Alleen hare majesteit deed niet mee. Ze dacht echt dat de tekst letterlijk moest worden genomen: God save the queen. En keek, volgens mij toch wel enigszins in verlegenheid gebracht door de aubade naar de punten van haar schoenen. Geel, als ik het goed heb, net als haar hoed. Zo, met alle burgers die blijven geloven in sprookjes en de koningin van Engeland de hemel op aarde inzingen, kom je natuurlijk nooit van de koningshuizen af. Puur toneel, maar de subsidiekraan hier dichtdraaien: ho maar. Een dag later bracht teletekst het bericht dat onze eigen vorstin zich opnieuw populairder mag noemen. Dat was ter gelegenheid van koninginnedag natuurlijk en naar aanleiding van onderzoek onder de bevolking. Maar met alle respect voor de ondervraagden, wees nu eens eerlijk: hoeveel mensen zeggen niet wat ze denken dat er gezegd moet worden, ook al hebben ze diep in hun hart een andere mening? Wie heeft er het lef te bedanken voor een lintje, als hij of zij vindt dat het een loos gebaar is, alleen in stand gehouden door de voorschriften van decorum? Dus loopt de plaatselijke bevolking van Weert uit om naar koek te happen en even gretig zak te lopen, heimelijke blikken werpend op een gezelschap dat zich koninklijk mag noemen. Het hoort nu eenmaal zo. Dus we doen het. Je zou denken na twee dagen van onderdanig gedrag is het welletjes. Maar neen, op zondag 1 mei 2011 werden de overblijfselen van de Poolse paus Johannes Paulus II naar een andere plek vervoerd in verband met heiligverklaring. Wat er precies heilig is aan een man die vele honderdduizenden arme wereldburgers de dood in heeft gejaagd door gebruik van voorbehoedsmiddelen te ontraden, is mij niet duidelijk. Letterlijk pontificaal werd de kist naar een plek in de Sint-Pietersbasiliek gebracht die beter paste bij een heilige. Dat ging wel ten koste van een vorige paus, maar bij deze heilige vader mocht je aannemen dat de overblijfselen tot stof waren vergaan. Je vraagt je af: zal Johannes Paulus II over pakweg 700 jaar hetzelfde lot vergaan? Koekhappen en decorum zijn twee vrienden. Ze worden in stand gehouden door de alleraardigste onderdanen. Ja, van stof zijt gij, en tot stof zult gij vergaan. Maar het betekent nog niet in de tussenliggende tijd op commando door het stof te gaan voor een stel zelf of door anderen heilig verklaarde hotemetoten?
KEES KOOMAN
25 april 2011:
Broedse kippen
Wie nog een belangrijke mededeling met ‘Hilversum’ wil delen, moet snel zijn. De meeste programmamakers zijn alweer hun koffers aan het pakken voor wat een lange, hete zomer moet worden. Ongeveer vijf maanden gewerkt, hard gewerkt (gemiddeld een uur per dag), en nu moet de accu weer gedurende zeven maanden worden opgeladen. Hoeveel zal de verbale mitrailleur Matthijs van Nieuwkerk per jaar krijgen van de VARA? Ik schat zijn inkomen op ongeveer een half miljoen euro, de vorstelijk betaalde schnabbels (zoals presentaties) buiten beschouwing gelaten. Omgerekend een ton per maand. Niet slecht voor een man die zich nog niet zo lang geleden als hoofdredacteur van het noodlijdende Parool hooguit een bakfiets kon permitteren als ‘auto van de zaak.’ Zoals zwaluwen de zomer aankondigen, vanuit onze Friese terp mag ik mij een ervaringsdeskundige noemen, zo is Astrid Joostens Twee voor Twaalf een mooie graadmeter voor de lange retraite van Hilversum. Het programma, door mij gaarne bekeken, verdwijnt van het een op het andere moment van de buis. Zonder vooraankondiging. Ieder jaar vaste prik. En dan weet je: heel snel zijn, als er nog een belangrijk boek moet worden getoond bij Pauw & Witteman, of DWDD. Want anders kun je de kans op een bestseller wel op je buik schrijven. Alle uitgevers weten dat ook, vandaar dus de boekenkasten vol nieuwe titels die in het ‘hoogseizoen’ over arme lezers worden uitgestort. Ook andere belangrijke nieuwsfeiten zullen door de alles verterende waan van de dag worden meegesleurd naar wat uiteindelijk het lot zal zijn van ieder mensenkind: de anonimiteit, het absolute niets. Wat waren er weer grote hoeveelheden van wat niets behoort te zijn, door nieuwsjagers (en bevooroordeelde eindredacteuren) uitvergroot tot monsterlijke proporties. Ik heb het, geloof ik, al een jaar geleden geroepen vanaf deze plek: breng de ijdeltuiten Wilders en Moszkowicz alstublieft tot zwijgen. Wat mij betreft mogen ze in leven blijven. Maar plak een pleister op de monden die me doen denken aan de snavels van mijn kippen, wanneer ze broeds zijn en hun luchteieren vol bravoure bewaken als waardevolle schatten. Het gaat over niets, lieve lezers, laat u niets anders wijsmaken. Bij deze mannen moet ik ook altijd automatisch denken aan wetenschappers die beweren dat relatief veel psychopaten met hun krankzinnige charisma het ver weten te brengen op de maatschappelijke ladder. Wat was er de afgelopen vijf maanden weer ongelooflijk veel niets te zien, alle treurniswekkende talentenjachten buiten beschouwing gelaten. Nederland is natuurlijk veel te klein voor zes of zeven tv-zenders die allemaal exclusief vechten om het nieuws dat er niet is. Verschrikkelijk, de gekke jongen die zes volkomen onschuldige inwoners van Alphen aan de Rijn doodde en vervolgens koos voor de enige uitweg: zelfmoord. Maar er viel buiten het feit van de zinloze slachting weinig over te melden. Live. En zo mochten weer allerlei woordvoerders en wetenschappers grote hoeveelheden lege kijkdozen tonen aan door actualiteit opgejaagde reporters. We keken erin en zagen niets. De waan van de dag kan tot echte waanzin leiden. Een paar weken voordat de gek in het Groene Hart van Nederland toesloeg, zei ik thuis in Ee (mijn vrienden zijn mijn getuigen): het zal me niet verbazen, als vandaag of morgen iemand een wapen pakt en zonder te richten om zich heen gaat schieten. Volkomen doorgedraaid door alle ditjes en datjes, in naam van de kijkcijfers gepromoot tot Grote en Belangrijke Waarheden. Dan laat werkelijkheid zich heel gemakkelijk inhalen door fantasie, hoe verschrikkelijk ook. Wees gerust: ik reageer mijzelf af door zo af en toe een stukje te gaan hardlopen. Heel ontspannend en zeer mensvriendelijk.
KEES KOOMAN
2 januari 2011:
Hofneukertje
Weinig nieuws onder de zon die nooit ondergaat in pedoparadijs Het Hofneukertje. De Telegraaf is weer overgegaan tot de orde van de dag na iedereen die mogelijk ook maar iets te maken had met de geestelijk zieke Amsterdamse kindervriend bij voorbaat aan de allerhoogste schandpalen te nagelen. Het nieuwe zelfstandig naamwoord, geïntroduceerd door de wakkere ochtendkrant, zal mijns inziens hoge ogen gooien bij de uitverkiezing tot woord van het jaar 2010. Pedoparadijs, klinkt als een klok die nog een tijdje blijft nabeieren in hersenkwabben waarvan het bestaan nooit eerder werd vermoed. Je moet niet spotten met kindermisbruik en zeker niet met bewijsstukken in de vorm van gruwelijke beelden op foto of film, maar nog veel gevaarlijker vind ik de oproerkraaiers die meteen oproepen tot openbare terechtstellingen, zoals die een paar honderd jaar geleden (1672) het leven beëindigde van de gebroeders Johan en Cornelis de Witt. Op gruwelijke wijze omgebracht en later deels in stukken gehakt, de harten uitgesneden door Haags rapaille. Dan zou ik zowaar even willen luisteren naar de voorspelbare woorden van hare majesteit de koningin bij de jaarlijkse kersttoespraak. Ze zal tenminste toch wel iets hebben gezegd over vergevingsgezindheid? Niets gevaarlijker dan meningen, vooral opgeborreld uit moerassen van de massahysterie. Misschien verbeeldde ik het me maar, maar toen ik afgelopen weken in het rustgevende gezelschap van mijn rolkoffertje met archiefmateriaal een klein speeltuintje naderde in de Amsterdamse binnenstad, voelde ik argwanende blikken prikken. Bijbehorende lichaamstaal van een wakkere moeder spraken duidelijke taal: wat doe je hier vent, we kennen je niet! En ik, de vermoorde onschuld in eigen persoon, zojuist op de terugweg van een afspraak in een mij onbekende omgeving, ging alleen maar even zitten om een paraplu op te vissen uit mijn rollende bagage. Ik zag de kinderen niet eens (waren het jongens of meisjes?) die in bange afwachting van wat de toekomst brengen zou, speelden met of op schommels en wippen. Voordat de politie kon worden gewaarschuwd, ging ik voort, enigszins gebogen onder de last van volstrekt willekeurige vooroordelen. Iedere alleengaande ‘vieze oude man’ van laten we zeggen boven de dertig, een verdachte verschijning. Zo snel als mijn benen het toelieten rolde ik richting centraal station. Ik dacht terug aan de voor mij pijnlijke herinneringen waarbij op school een diefstal van wat weet ik niet meer in het openbaar ter discussie werd gesteld door de gelegenheidsaanklager, de onderwijzer. Op het graf van mijn lieve moeder durf ik te zweren dat ik nog nooit van mijn leven iets gestolen heb (zelfs geen appeltje), maar destijds voelde ik alle blikken op mij gericht. Het hoofd paars van plaatsvervangende schaamte, maar onschuldig als het lam Gods. U kunt mijn hoofd niet zien, maar ik verzeker u dat het pioenrood kleurt vanwege de woorden waarvan ik weet dat ik ze zeer binnenkort aan de eeuwigheid ga toevertrouwen: dit is voorlopig mijn laatste reguliere column op deze plek. Ik weet dat het mijn trouwe lezers en lezeressen, snakkend naar niet al te voorspelbare meningen, pijn zal doen. Slechts zo nu en dan, alleen wanneer ik behoefte gevoel actualiteit op mijn eigen wijze in te kleuren, meld ik mij. Voor nu en de komende maanden houd ik mij bezig met de inhoud van het reeds besproken rolkoffertje, bomvol explosief materiaal. U moet nog even geduld uitoefenen, maar de knal die uiteindelijk zal klinken in het nu al gezegende jaar 2011, is hoorbaar tot in de verste uithoeken van Nederland. Verzekeraars en bankiers, zoek een vuurvaste schuilkelder! Tussentijds roep ik trouwe lezers toe: vertrouw nooit op wat ‘publieke opinie’ wordt genoemd en executies die daarvan het gevolg kunnen zijn. Bij de openbare terechtstelling op het Binnenhof in 1672 speelde ‘hofneukertje’ Koning Willem III volgens goedingelichte historici zo goed als zeker een rol. De moordenaars, wel aangeklaagd, werden in ieder geval nooit bestraft. De lastige gebroeders moesten uit de weg worden geruimd. De door voetvolk vertrapte wiskundige Johan de Witt schreef precies 340 jaar geleden het boek ‘Waardije van Lyf-renten naer Proportie van Los-renten’. Zijn werk over lijfrente wordt beschouwd als de start van de verzekeringswiskunde, berekeningen door de moderne verzekeraars vertrapt, verloochend en slechts ten eigen gunste in de praktijk gebracht. En zo ziet u maar dat toeval niet bestaat, zeker niet in de columns van
Kees Kooman
12 december 2010:
Vrolijk kerstfeest
Om alvast in de stemming te komen voor de feestelijkheden die onherroepelijk op ons afkomen, als de wereld tenminste niet in de tussentijd vergaat, verras ik u dit keer op een heerlijk recept. Vrij gemakkelijk te bereiden, en ik beloof nu al dat milieufanatici die vinden dat je vooral producten uit nabije omgeving moet eten (om onnodige CO2-uitstoot te vermijden) op hun wenken bediend zullen worden. Maar eerst het relaas van de dappere jagers die uit hun spelonken komen op momenten waarop hun prooien het zwakst zijn. Ik weet dat zo zeker, omdat in mijn woonomgeving (het Lauwersmeergebied) relatief veel van deze helden op sokken actief zijn. Op zondagen zitten zij op de eerste rijen van de vele kerken die even representatief zijn voor dit deel van Friesland als de malle hoedjes die de jagers dragen. Niet natuurlijk, wanneer zij hun godvrezende verplichtingen verrichten. Hoofddeksels laten zij dan graag over aan hun echtgenotes, flexibele vrouwen die zich een leven lang voorbereiden op het hiernamaals. En het regelmatig bereiden van het door hun gaden geschoten wild, gave Gods. Gisteren hielden vijf of zes inwisselbare schutters op nog geen vijftig meter van onze woonstee afstand een drijfjacht met als ongelijke tegenstander één haasje. Het dier was kansloos, aanleiding voor mij om met zo luid mogelijke stem een aanbeveling te doen. ‘Zet de loop van uw geweer’, zo schreeuwde ik tegen de wind in, ‘nu eens voor een keer ter hoogte van uw anus en laat een van uw jachtvrienden de trekker over halen.’ Het effect is volgens mij minstens net zo leuk om met vijf of zes man, volkomen inwisselbaar, een onschuldig diertje te beroven van het leven. Ze gingen niet in op mijn hartelijke aanbeveling. Een van de mannen die vermoedelijk had gehoord wat ik voorstelde, toonde als antwoord de middenvinger van zijn linkerhand, in horizontale stand. Hij vloekte binnensmonds. Het haasje was nauwelijks hersteld van de gevolgen van de vroeg ingevallen winter. Op veel plaatsen op het voor hem of haar dodelijke weiland was de sneeuw nog niet gesmolten. Als er ooit een club wordt opgericht om jagers om te leggen, minimaal figuurlijk gesproken, meld ik mij graag als vrijwilliger aan. Ik weet wel raad met die achterlijke dooddoeners, als zou het deze moordenaars voornamelijk gaan om het in stand houden van de natuur. Heel graag zou ik kennis willen maken met de doodsangst die uit hun ogen spreekt, als we het geweer op hun hoofd richten. Maar tijdens het overhalen van de trekker schieten we natuurlijk alleen maar het malle hoedje aan flarden. We waarschuwen maar één keer. Speciaal voor deze helden heb ik een recept in de aanbieding, uit de Koreaanse keuken weliswaar, maar het zal de ware smulpapen doen kwijlen van wellust. Benodigdheden: een forse braadpan, 1 ½ pond uien, vier paprika’s, vijf tenen verse knoflook, drie of vier bouillonblokjes en een hond, liefst middelgroot. Het dier dat u begeleidt tijdens de jachtpartijen kan zeer geschikt zijn. Heeft tenminste een prachtig leven gehad en is qua intelligentie niet dommer of slimmer dan hazen, fazanten, konijnen, ganzen, eenden en varkens die u zo graag ‘en zonder aanzien des persoons’ van het zeer tijdelijke degradeert tot het eeuwige. Even ogen en tanden op elkaar als de handeling moet worden verricht dat een einde moet maken aan het leven van uw troeteldier. Een scherp mes doet hier wonderen en u kunt overwegen vooraf het hoofdbestanddeel van dit heerlijke gerecht (dat garandeer ik u) van ongeveer 20 milligram ozazypam, een tranquillizer uit de grote mensenapotheek toe te dienen. Alhoewel sommige topkoks uit de Koreaanse keuken erbij zweren het vlees liefst levend (bij het begin van de bereiding) te braden. Het is vanzelfsprekend dat u ook boter, of indien gewenst, olijfolie behoeft voor dit vijf sterrengerecht. Hoe lang moet u bakken? Het ligt er maar aan, of u een liefhebber bent van rood (enigszins bloeddoorlopen) vlees. U weet wel: ‘rare’ noemen de vakkundige kookprinsen- en prinsessen deze toestand. Als u eenmaal de overbodige delen, zoals vacht, ogen, oren en darmen van uw huisdier heeft verwijderd, blijven er buiten de botten heerlijke delen over. (Van het ‘afval’ kunt u trouwens een verrukkelijke bouillon trekken.) Met de stand op maximaal zou ik zeggen: minstens een kwartier, maximaal twintig minuten bakken of braden op het bedje van de eerder genoemde ingrediënten. Voorop wens ik alle smulpapen van de hele wereld even vrolijke als fijne feestdagen en roep intussen: besteed het geld van vuurwerk niet aan kiloknallers!
KEES KOOMAN
5 december 2010:
Rode oortjes De meeste journalisten hebben er een grote hekel aan: kijken in de spiegel die wordt voorgehouden door een ander. Joris Luyendijk deed onlangs een boekje open over het baltsgedrag van de media op het Haagse Binnenhof: U heeft het niet van mij. Hij heeft de titel, als ik me niet vergis, van een ander ‘geleend’ namelijk die van een gelijknamige special van Hard Gras over avonturen in de wandelgangen van Vitesse. De conclusie van de zelfverklaarde luis in de pels was niet erg verrassend. Dames en heren van journalistiek en politiek dansen een tamelijk voorspelbare pas de deux, zonder veel schuld- of schaamtegevoel. Beide partijen scoren graag voor open doel. Het kopieergedrag stemde mij in het verleden als sportredacteur van o.a. Het Vrije Volk tot grote droefheid en bracht mij zelfs in de spreekkamer van een psycholoog na een aantal hardnekkige aanvallen van hyperventilatie. Ervaringsdeskundigen weten wat er zich afspeelt in hoofd en lijf: je denkt dat je laatste uur heeft geslagen. Natuurlijk was de vooral fysieke malheur niet alleen een gevolg van de betreurenswaardige voorspelbaarheid van mijn dagelijkse arbeid waartegen ik mij met alle kracht trachtte te verzetten, maar had er weldegelijk mee te maken. Mijn zielennood kwam in een stroomversnelling na een WK schaatsen op een van die depressie opwekkende plaatsen waar dweilmachines het voor het zeggen hebben. Toeschouwers zijn meestal afwezig. Kijk maar eens goed naar de tribunes bij alle door de NOS uitgezonden Wereld Kut wedstrijden. Behalve twee of drie verdwaalde verslaggevers geen levende tweevoeter te bekennen. Logisch, want sjoelen is spannender dan schaatsen. De Russin Petroesjeva was, aldus meldde het volijverige ANP (Algemeen Nederlands Persbureau), betrapt op het gebruik van een of ander verboden preparaat. Ik kreeg vanuit Rotterdam de opdracht te blijven in het godvergeten oord en te zoeken naar sporen van dopinggebruik. Mij werd niet verteld waar ik moest zoeken. Ik keek vertwijfeld in de spiegel van de badkamer die deel uitmaakte van mijn tijdelijke verblijfplaats en wat ik zag, stemde mij niet tot vrolijkheid. Daar stond een letterknecht, slaaf van het vrije woord, veroordeeld tot een bij voorbaat mislukte missie. Iedereen vermoedde dat de Grote Petroesjeva zich zo behendig op glad ijs kon voortbewegen, niet alleen omdat zij iedere ochtend een vers geperst glaasje sinaasappelsap dronk. Mij vragen om een achtergrondverhaal op dit fatale moment over het nuttigen van andere, verboden voeding was even krankzinnig als een huwelijksaanzoek aan de schaatsgodin op ditzelfde ogenblik. Ik ben terug naar bed gegaan en als teken van overgave duwde ik mijn moede hoofd zo ver mogelijk onder de dikke, wintervaste kussens. De haatgevoelens ten opzichte van de waan van de dag zijn sedertdien alleen nog maar toegenomen. Met plaatsvervangende schaamte noem ik mijn beroep, wanneer daar naar wordt gevraagd. Schrijver/journalist staat elders op deze website. Wanneer ben je schrijver, ook al heb je inmiddels een tiental boeken op je naam staan? Vooruit dan maar: onderzoeksjournalist klinkt draaglijk. Maar van kopieergedrag kan ik nauwelijks beschuldigd worden. Dat durf ik op deze plek wel vast te stellen. Van hyperventilatie ben ik inmiddels verlost. Waarom hollen zowel journalisten als politici, struikelend over hun eigen woorden achter wat mede door dit voorspelbare kopieergedrag ten lange leste een hype mag worden genoemd? Waarom durft niemand vast te stellen dat met alle onthullingen van Wikileaks in de eerste plaats toch heel wat open deuren werden ingetrapt. Mijn ‘rode oortjes’ werden de afgelopen dagen voornamelijk veroorzaakt door ijzige koude die smeekbedes opwekten, wanneer eindelijk de opwarming van de aarde Friesland mag bereiken. Ik werd koud noch warm van het schokkende nieuws dat in onvoorstelbare hoeveelheden over onze door vrieskou aangetaste hoofden werd uitgegoten. Stop! Help! En dan was er ook nog een mevrouw van Groen Links die een spoeddebat eiste naar aanleiding van vertragingen van de Nederlandse Spoorwegen. Zoals u misschien al van mij weet, vind ik dit openbare vervoer veel lijken op transport van vorige eeuwen met de postkoets. Maar heel toevallig begreep ik nu wel het weerwoord van een door de NS ingehuurde PR-man die in het Journaal hakkelend verwees naar door hevige sneeuwval veroorzaakte overmacht. Zelfs Schiphol was tijdelijk buiten werking gesteld door de buitengewone weersomstandigheden. Mevrouw wil gemakkelijk scoren. Ik zeg, groen van ergernis: met spoed weg ermee!
KEES KOOMAN
28 november 2010:
Tessa & de kiloknallers
Tessa, genoemd naar het eiland waar wij ons over elkaar ontfermden, is dood. Een tumor in de buik werd haar fataal. Afgelopen woensdag hield haar hartje op met kloppen niet op eigen verzoek, want een poes kan helaas niet praten. Ze was nog maar een schim van het onafhankelijke dier dat we op Texel leerden kennen, lag desalniettemin tot het laatste moment in mijn werkkamer te spinnen. De dierenarts, plaatsvervanger van God, verzekerde ons dat euthanasie voor haar de beste optie was. Ik zal er zolang als ik leef nooit aan wennen om bij mijn vrienden, want zo beschouw ik onze huisdieren, te moeten beschikken over leven en dood. De arts hanteert dan wel het genadeshot, jij moet beslissen wat het laatste uur zal zijn in het leven dat door zoveel andere mensen in de wereld beschouwd wordt als volkomen nutteloos. Tessa: gestorven op 24 november 2010 om 10.11 uur. Wij, haar ‘baasjes’ zijn intens verdrietig. Als het weer gaat dooien zullen we bloemen planten op haar vers gedolven grafje. Dag lieve Tessa, eigenwijze tijgerin, liever buiten dan binnen, graag geloven we voor even in een volgend beter leven en komen we je opnieuw tegen. Wist u trouwens dat voor ieder Amerikaans mensenleven gemiddeld 21.000 dieren, vissen niet meegerekend, worden geofferd? Die komen terecht op hun bordje, gestoomd, gebakken of gekookt, vanzelfsprekend na eerst van huid en haar te zijn ontdaan. Er is geen enkele reden aan te nemen dat voor Nederland andere, mildere cijfers gelden. De onthulling van de massale slachting staat in het boek van Jonathan Safran Foer die zich een paar jaar heeft verdiept in de alledaagse moorddadige praktijken van de bio-industrie. ‘Wie na het lezen van ‘Dieren eten’ deze producten nog consumeert is óf harteloos óf ongevoelig voor de rede, of allebei’, schrijft de Zuid-Afrikaanse collega Coetzee op de achterflap. Op nogal lafhartige wijze proberen mevrouw en meneer Kooman in het nietige Ee een zo vegetarisch mogelijk leven te leiden. Als een stukje dood dier op het menu staat, is het van biologische aard. Maar eigenlijk weet je ook bij dit dierenleed niet de echte geschiedenis van wat ooit een levend wezen was. En als je het al zou weten, en je zou getuige mogen zijn van de slachting zou je beslist over je nek gaan bij het idee dat jij, machtige consument dit leven op je geweten hebt. Beter ook maar niet weten, hoeveel kilo ter dood veroordeelde ‘bijvangst’ een onsje garnalen kost. Lees het boek van Jonathan Safran Foer, en huiver. Het dier dat mens heet, verheft zich sedert Christus boven de wat minder spraakzame soortgenoten, daarbij trouwens van harte aangemoedigd door teksten uit bijbel en koran. De meeste religies elimineren eventuele schuldgevoelens door te beweren dat het dier er is om de mens te dienen. In arbeid of dus het ultieme offer: de dood. Het wordt volkomen normaal geacht om kiloknallers in je boodschappenwagentje te flikkeren zonder af te vragen, hoeveel pijn deze goedkope etenswaren bevatten. Het Journaal bekommert zich om het verlies van onnodige mensenlevens door tekortkomingen in Nederlandse ziekenhuizen.’Die sterftecijfers moeten met de helft omlaag’, sprak de nieuwe minister van Volksgezondheid kordaat. Maar dat de zeldzaam geworden Atlantische blauwvintonijn op uitsterven staat, omdat vooral Chinese en Japanse consumenten juist dat vlees zo lekker vinden, wordt als ‘bijvangst’ beschouwd. Lekker slapen, en morgen gezond weer op. Zorgen worden in het Nederlandse nieuws van alledag ook uitgesproken met betrekking tot antibiotica in diervoeder van de bio-industrie, maar dan alleen met oog op eventuele gevolgen voor spek- en bieflapjes op de borden van de o zo gevoelige consument. Ik vrees dat het boek ‘Dieren eten’ een druppel zal zijn op een door de vrije markt oververhitte plaat, maar weet vrijwel zeker dat beschaafde generaties over pakweg honderd jaar gruwend de verhalen zullen lezen van hun vleesetende voorouders. Beschaving kun je aflezen aan de manier waarop volkeren omgaan met hun dieren. Op kiloknallers zal de doodstraf staan.
KEES KOOMAN
21 november 2010:
Afvoerputje van Nederland
Ruim acht jaar geleden verloor ik mijn hart aan Ee, Fries dorpje even klein als de naam reeds doet vermoeden. Grenzend aan natuurpark Lauwersmeer, de wat grotere plaatsen Anjum, Kollum en Dokkum op een paar autominuten verwijderd. We kochten de woonboerderij, voormalig buitenverblijf van een nog steeds bekende politicus, op een grijze herfstdag voornamelijk verleid door het geruststellende gakken van een kolossale groep ganzen. Vrede was neergedaald op aarde, weilanden voor zover het oog reiken kan. En achter de dijken het relaxte klotsen van het Lauwersmeer. Hier wilde ik schrijven, hier wilde ik zijn. De reacties op onze ‘emigratie’ naar het noorden verschilden weinig van elkaar: of we misschien verlangden naar de dood. Want wat was hier wonen anders dan je vrijwillig willen begraven. Ee? Nog nooit van gehoord, behalve dan als frequent voorkomende opgave in kruiswoordpuzzels. Maar geen idee waar dit dorpje dan wel gezocht moest worden, laat staan gevonden. Binnen tien minuten staan we op het station van Buitenpost, waar de sneltrein van vijftien over het hele uur je in twintig minuten kan brengen naar Leeuwarden of Groningen. En als de plannen, contractueel beklonken in een vorig regeerakkoord, voor een snelle verbinding met het westen waren nageleefd, had je theoretisch binnen vijf kwartier vaste voet in Amsterdam kunnen zetten. Maar ja, er moest ook door vorige kabinetten al worden bezuinigd. Een dikke streep werd gehaald door de Zuiderzeelijn. De magneettrein, waarvan een proefmodel van Siemens opgesteld als bizarre wachter aan de A 7 nabij Drachten, werd in allerijl onttakeld. Tot over een jaar of vijftig! Ooit zal het traject Groningen-Amsterdam binnen het uur worden afgelegd, even vanzelfsprekend als dat nu al is voor treinreizen in Japan. Ik schat ongeveer honderd jaar, nadat de eerste Shinkansen met een snelheid van ruim 200 kilometer per uur naar Tokyo raasde. Dat gebeurde in 1964. De Japanse autoriteiten hadden begrepen dat er maar een goede manier was om de files te bestrijden en dat was in elk geval niet steeds maar weer stukken asfalt neer plempen. Ergens onderweg zou de snel groeiende groep forenzen weer vast komen te zitten in een flessenhals. De ‘kogeltreinen’ zijn een gigantisch succes. Het is een genot om je op deze wijze te laten vervoeren. De rekensom lijkt zo eenvoudig: 1+1=2. Ontsluit het noorden van Nederland door middel van een even goed georganiseerde (liever niet de Nederlandse Spoorwegen) als snelle verbinding en iedereen die het wil, beschikt plotseling over een zee van ruimte. Wonen in Ee, Groningen of Dokkum en werken in Amsterdam of Rotterdam. Omgekeerd mag ook. En in een klap verlos je de reizigers van het onoplosbare fileprobleem. Waarom kunnen Japanse ‘zieners’ wel zo denken en worden Nederlandse collega’s bij voorbaat monddood gemaakt met kortzichtige smoezen van economische aard? Tja, het Noorden. Den Haag herinnert graag aan de brute moord op Bonifatius, nota bene in Dokkum. Hier wonen barbaren die geen normaal Nederlands kunnen praten, laat staan dat ze goed kunnen rekenen. Zoals in een nog niet zo ver verleden koloniën werden leeggeschud, wordt dit deel van Nederland nu ontdaan van alle bodemschatten. Zout, gas en in de buurt van de Waddenzee ook hier en daar nog olie- door overheid luid aangemoedigde maatschappijen weten er wel raad mee. De schatkist laat zich gemakkelijk vullen, de noorderlingen zelf moeten niet lullen. Automobilisten die Harlingen naderen worden ingehaald door goed leesbare teksten op borden langs de snelweg: Harlingen wereldafvalstad. Het is een stil maar niet te missen protest tegen de plannen om vuilverbranding hier eens massaal aan te pakken met een zogeheten Reststoffen Energiecentrale. Nog hogerop, bij de monding van de Eemshaven verrijst een moderne kolencentrale tegen de wens van de meeste inwoners. Friezen en Groningers staan bekend om hun meegaande karakter. Geen politicus die het zal toegeven: dit gedeelte is voor het Binnenhof het afvoerputje van Nederland. Wij in de Randstad de baten, en u domme ver weg wonende barbaren laten wij gaarne met de lasten.
KEES KOOMAN
 meer columns

 |